Getuigenis Martens Beton bv – Toch een brand? Je kan er maar best van leren!

De nacht van de brand – © Martens Beton bv

Nine-eleven staat als datum in het collectieve geheugen gegrift. Bij de werknemers van Martens beton bv is daar een extra reden voor. In de nacht van 11 september 2001 herleidde een allesverwoestende brand een productiehal tot een berg verwrongen staal. Er vielen gelukkig geen slachtoffers en de productie kon quasi onmiddellijk worden hervat. Het proces van de heropstart en de realisatie van de nieuwe productiehal leidden tot een aantal opmerkelijke inzichten. John Martens, directeur van de Martens Groep met negen bedrijven, deelde zijn ervaringen met BETON.

BETON: Kan u even schetsen wat er tijdens die nacht van 11 september precies gebeurde?

John Martens: “Het dak van de productiehal, waar we onze inspectieputten vervaardigen, vatte vuur. Door de specifieke dakopbouw was het vuur bijzonder heftig. De dakbedekking bestond immers uit houten planken met daarop een bitumineuze afdichting, rustend op een stalen structuur. Een waanzinnige, maar vrij courante manier van bouwen in die tijd. Die planken konden gedurende meer dan 20 jaar drogen. Als je daar een lucifer tegenhoudt, staat alles in geen tijd in lichterlaaie. De precieze oorzaak van de brand kennen we niet. De brandweer reageerde zeer snel op de noodoproep maar kon niet anders dan de hal op een gecontroleerde manier laten uitbranden.”

BETON: Wat had dit tot gevolg voor uw bedrijf?

John Martens: “Ik ben vooral blij dat er geen slachtoffers vielen en dat er geen blijvende schade was bij de omwonenden. Dat is uiteindelijk het allerbelangrijkste. Door het hete druipende bitumen werd niet enkel het dak, maar de volledige installatie verwoest. De productiehal was verloren, en daarmee ook een groot deel van de mallen die we gebruikten voor de productie van geprefabriceerde betonnen inspectieputten. In een tijdspanne van slechts vier maanden hebben we op dezelfde plaats een nieuwe hal opgetrokken. Om de continuïteit voor de klanten te waarborgen, werkten we in de eerste periode na de brand met houten bekistingen.

Al bij al hebben we geluk gehad dat die avond de wind in de goede richting stond en dat bijvoorbeeld de hal waar de kunststofproducten gemaakt worden, gespaard bleef. Daar wordt gebruik gemaakt van vele dure en specifieke extrusiemallen. Het vervangen van één enkele mal neemt al gauw zes maanden in beslag en de gevolgen voor de klanten zouden enorm geweest zijn.”

BETON: Inmiddels heeft u een volledig nieuwe fabriek gebouwd voor de productie van geprefabriceerde betonnen inspectieputelementen. Heeft uw ervaring met deze brand geleid tot een andere aanpak?

John Martens: “Bij het ontwerp van een nieuwe fabriek krijgt het aspect brandveiligheid veel aandacht. Een fabriek wordt zo ontworpen dat de aanwezige personen de tijd hebben om het gebouw veilig te verlaten, mocht er brand uitbreken. Dat aspect is keurig in de wet geregeld. Maar wat de wet niet regelt, is het voorkomen van gevolgschade. Denk bijvoorbeeld aan het feit dat de productiemiddelen verloren gaan, waardoor klanten niet tijdig beleverd kunnen worden. Zij stappen vervolgens naar een concurrent om de continuïteit van hun eigen onderneming niet in gevaar te brengen. Die klanten zijn verloren. Met de juiste verzekering kan je het materiële aspect wel goed regelen. De gevolgschade is niet te verzekeren en is dus absoluut te vermijden. In Nederland gaat 65% van de bedrijven die met een brand geconfronteerd worden binnen de drie jaar na die brand overkop. De getallen geven duidelijk aan dat men de continuïteit van de activiteit mee moet nemen in het brandveilig ontwerpen van een fabriek.”

BETON: Kan u een voorbeeld geven van de wijze waarop u sinds de brand die gevolgschade tracht te vermijden?

John Martens: “In het midden van onze kunststoffenfabriek realiseerden we een betonnen bunker, met wanden van 80 cm dik. Hierin worden de dure extrusiemallen waarover ik eerder vertelde veilig opgeslagen. Indien er in deze hal, ondanks alle maatregelen, toch een brand zou uitbreken – laten we hopen dat dit nooit gebeurt – dan worden de mallen door het onbrandbare beton beschermd. De productie zou dus snel hernomen kunnen worden. Verder hebben we de sprinklerinstallaties uitgebreid, om een eventuele brand direct te bestrijden.”

De extrusiemallen worden opgeborgen in een betonnen kluis, waar ze beschermd worden tijdens een eventuele brand – ©
Martens Beton bv

BETON: Hoe zit het met de constructieve aspecten van die hal? Heeft de brand invloed gehad op de materiaalkeuze?

John Martens: “Uiteraard. Een eerste ontwerp was gericht op kost en snelle realisatie. Er werd onder andere gebruik gemaakt van stalen sandwichpanelen – twee staalplaten met isolatie tussen – voor de buitenschil. Onze verzekeringspolis gaf echter in een goed verstopte paragraaf aan dat deze manier van bouwen niet gedekt werd, ondanks het feit dat de elementen een brandweerstand van twee uur hebben. Bij het ontwerp van een productiehal moet er met heel wat aspecten rekening gehouden worden. Die hebben te maken met wettelijke bepalingen, met de aard van de activiteit en in ons geval ook met de continuïteit van de activiteit. Welke maatregelen neem je om brand te voorkomen, brandverspreiding tegen te gaan en de brand snel te doven? Al die aspecten hangen samen. Voor onze puttenfabriek betekent dit dat we gebruik maken van geprefabriceerde betonnen kolommen die omgeven zijn met robuuste geprefabriceerde betonnen panelen. Op deze betonnen structuur staat een structuur van stalen kolommen omgeven door stalen sandwichpanelen. Voor de isolatie van die panelen werd gebruik gemaakt van minerale wol om te voldoen aan de voorwaarden van de verzekeringspolis. Tussen betonnen en stalen structuur bevindt zich een computergestuurde sprinklerinstallatie. Twee citernes van elk 455 m3 zorgen ervoor dat er steeds voldoende water voorhanden is om een eventuele brand direct te bestrijden.”

BETON: Dit lijkt een forse investering?

John Martens: “Dat klopt zeker, maar we hebben, zoals gezegd, de kosten van de gevolgschade afgewogen tegen de kosten van deze blusinstallatie. De kosten van de gevolgschade zonder installatie bleken vele malen groter te zijn dan de kosten van de installatie op zich. Zo zijn we tot deze oplossing gekomen die we, naar ik hoop, nooit nodig zullen hebben.”

BETON: Dank voor dit openhartige gesprek. Heeft u tot slot nog een goede raad voor onze lezers?

John Martens: “Zeker. Denk bij het ontwerpen van een nieuwbouw niet enkel aan de kost van het gebouw en de oplevertermijn maar kijk ook naar maatregelen die de gevolgschade van een brand zo veel mogelijk kunnen beperken. Doe dit ook eens voor bestaande constructies. Kleine ingrepen zoals onze eerder aangehaalde betonnen kluis, kunnen veel leed voorkomen. Neem de tijd voor een risicoanalyse voor elke nieuwe of bestaande constructie. Bescherm je investeringen!” (RP)

You may also like...