Prefab betonwanden met indrukwekkende hoogte transformeren eeuwenoude abdij mee tot museum

Bjorn Meuleman (Prefaco): “Het was een behoorlijk indrukwekkend zicht toen de 12 m hoge elementen op de werf toekwamen.”

In het hart van Kortrijk werd de Groeningeabdij, een voormalig cisterciënzerklooster met wortels in de late zestiende eeuw, tussen 2022 en 2025 getransformeerd tot Abby, een museum voor beeldende kunst met ruimte voor ontmoeting, reflectie en samenkomst. De renovatie, naar een ontwerp van Tab Architects, Koplamp en het Spaanse Barozzi Veiga, voorzag ook in een uitbreiding in de vorm van een paviljoen. De muren daarvan zijn dubbele wanden in prefab beton die werden geleverd door Prefaco. “Het paviljoen is 12 meter hoog en de dubbele wanden zijn van het maaiveld tot de nok in één geheel uitgevoerd. Het was een behoorlijk indrukwekkend zicht toen die elementen op de werf toekwamen”, vertelt Bjorn Meuleman, sales engineer bij Prefaco.

Gebouwd in de laatste jaren van de zestiende eeuw, vormde de Groeningeabdij, ingebed in het historische Begijnhofpark van de Guldensporenstad, twee eeuwen lang de thuisbasis van cisterciënzerzusters. Na verschillende herbestemmingen, onder meer als toeristisch onthaal en een museum over de Guldensporenslag, bleef de site lange tijd een mix van ruïne, tuin en kleinere musea-activiteiten.

Tot het stadsbestuur van Kortrijk enkele jaren geleden besloot, met steun uit het Fonds voor Culturele Infrastructuur van de Vlaamse overheid, de voor­malige abdij te herbestemmen tot een museum voor beeldende kunst van lokale en topnamen uit de kunstwereld met ook ruimte voor ontmoeting, reflectie en samenkomst, genaamd Abby. Stad Kortrijk initieerde een ontwerpwedstrijd via het Team Vlaams Bouwmeester, die uiteindelijk, in 2020, werd gewonnen door een internationaal team bestaande uit Barozzi Veiga uit Barcelona, het Gentse Tab Architects en Koplamp uit Roeselare.

De dubbele wanden zijn van het maaiveld tot de nok in één geheel uitgevoerd, al dan niet met deur- en/of raamopeningen erin voorzien.

Het paviljoen kwam in het binnengebied van de abdijsite en fungeert als ontvangst-, ontmoetings- en horecaruimte en als de hedendaagse publieke interface.

Hun ontwerp herdefinieert de abdij als een serie kamers met elk een eigen karakter en functie. Een ingetogen, gelaagde aanpak dus, in plaats van een monumentaal statement. De kapel en het zogeheten dormitorium werden hersteld tot hun essentie – later geplaatste tussenvloeren werden bijvoorbeeld weggehaald om de oorspronkelijke volumetrie weer zichtbaar te maken. Daarnaast bleven in het ontwerp ook delen van de klooster­gang en aanpalende abdij­gebouwen behouden, net als de historische gevels en dakstructuren. Uiteraard ging het behoud gepaard met restauratie: metselwerk, vloeren, schrijnwerk en kapconstructies werden minutieus gerestaureerd.

Abby, officieel geopend in maart 2025, wordt echter ook gevormd door enkele uitbreidingen van de vroegere abdij. De grootste zit ondergronds, met twee grote nieuwe museumzalen die onder het binnengebied liggen – de ondergrondse situering was een heel bewuste keuze, want de architecten wilden de bovengrondse erfgoedmassa open en leesbaar houden. Daarnaast voorzag het renovatieontwerp ook in enkele nieuwe circulatie- en verbindings­structuren. Een laatste uitbreiding is een paviljoen in het binnengebied van de abdijsite. Dat fungeert als ontvangst-, ontmoetings- en horeca­ruimte en als de hedendaagse publieke interface die het project volgens de architecten nodig heeft. Met een vorm waarin de twee lage muren schuin naar elkaar oplopen, refereert het paviljoen aan de steile schuine dakvormen van de abdij, maar toch met een eigen en eigentijdse architecturale identiteit.

Betonnen prefab wanden van 35 cm dik

De wanden werden mechanisch met elkaar verbonden met een de XFlex-voegverbinding van Prefaco die offsite in de wanden aangebracht werd.

De wanden van het paviljoen, dat een staalstructuur heeft, bestaan uit prefab beton en werden geleverd door Prefaco. “In het ontwerp waren de wanden, 713 m² in totaal, deels voorzien in ter plaatse gestort beton en deels als voorgespannen welfsels, maar dat idee bleek niet uitvoerbaar. Wij werden gecontacteerd door hoofdaannemer Artes Depret met de vraag of we een oplossing konden bieden waarmee het paviljoen wel gebouwd kon worden, veilig en het liefst ook snel”, begint Bjorn Meuleman, sales engineer bij Prefaco, te vertellen.

Artes Depret kwam niet zomaar per toeval uit bij Prefaco. “De hoofdwerfleider had eerder met ons samengewerkt en wist dat wij waarschijnlijk een efficiëntere oplossing konden voorstellen aan de architecten en ingenieurs”, legt Meuleman uit. “Als deel van de groep CRH België kan Prefaco immers terugvallen op een studiedienst met heel wat expertise in het uitwerken van alternatieve uitvoeringsmogelijkheden.

Prefaco zette het initiële ontwerp van de wanden om naar dubbele wanden van 35 cm dik in prefab beton. “Het paviljoen is 12 meter hoog en de dubbele wanden zijn van het maaiveld tot de nok in één geheel uitgevoerd, al dan niet met deur- en/of raam­openingen erin voorzien”, aldus Bjorn Meuleman. “Het was een behoorlijk indrukwekkend zicht toen die elementen op de werf toekwamen. Ik werk binnenkort 24 jaar bij Prefaco, maar ik heb zelden prefab betonelementen van die grootte gezien. Elementen tot circa 3,7 meter werden verticaal getransporteerd, hogere wanden werden op hun zijkant vervoerd en op de werf gekanteld met een kantelframe.”

De dubbele wanden zijn vanzelf­sprekend geen standaardproducten. “Maar dat zijn onze dubbele wanden nooit”, stelt de sales engineer scherp. “Elk element wordt projectgebonden uitgetekend en geproduceerd, met variaties tot op de centimeter. In onze twee productiesites worden de wanden afgestemd op de gebouwafmetingen, maar evenzeer op de kraancapaciteit en de toegankelijkheid van de werf. De productietafels laten toe om in twee richtingen te produceren, zodat hoge wanden op volle hoogte vervaardigd kunnen worden.

Bijzondere detaillering en opvullen langs onder

De wanden brachten de nodige detaillering mee. Bjorn Meuleman: “Aangezien de dubbele wanden onder een helling werden geplaatst, was een traditionele voegwapening geen optie. Die hebben we kunnen vervangen door een op voorhand in de dubbele wanden ingestorte XFlex-voegverbinding, een innovatief ingebouwd laddervormig systeem van ons dat bestaat uit gezandstraalde glasvezelversterkte lamellen op een draagprofiel van polypropyleen waarmee de wanden mechanisch met elkaar verbonden kunnen worden.” 
Gezien de hoogte van de dubbele wanden verliep ook het opvullen ervan met beton anders dan gebruikelijk. “Artes Depret ging akkoord met ons voorstel om de wanden op te vullen langs onder, door gebruik te maken van onze PREVAN-betonklep”, legt de sales engineer uit. “Dat deden we om de 3 meter – dus op 0 meter hoogte en op 3, 6 en 9 meter hoogte, telkens op een breedte van zo’n 8 meter – daarvoor diende extra Stremaform (een permanent bekistingssysteem, red.) te worden ingestort. Het voordeel van die methode is dat de lucht dan altijd langs boven kan ontsnappen, waardoor je in tegenstelling tot traditioneel instorten geen kans hebt op ingesloten luchtzakken die de structuur kunnen verzwakken. In een muur van dergelijke hoogte is dat zeker belangrijk. Werken met de PREVAN-betonklep levert ook aanzienlijke tijdswinst op. En in principe volstaat één arbeider om de wanden te vullen. Die kan bovendien gewoon vanop een hoogtewerker werken, in plaats vanop een stelling.

De dubbele wanden hebben een dikte van 35 cm.

Meuleman gaat nog wat dieper in op het vullen van de dubbele wanden. “De opvulmoten werden afgebakend met strekmetaal dat reeds tijdens de productie in beide betonschillen werd verankerd. De diameter van de aansluitingsring van de betonklep bedraagt 76 mm, waardoor de klep op een citypompaansluiting past. In tegenstelling tot wat bij een klassieke betonpomp het geval is, moet de betoncentrale dus geen passend verloopstuk voorzien. Na het opvullen wordt de klep verwijderd, waardoor een strak en glad wandoppervlak overblijft. De klep zelf is nadien opnieuw inzetbaar bij een volgend pompgat. Het gebruikte vulbeton had een consistentieklasse S5, met een vloeibaarheid van meer dan 220 mm – gemeten aan het einde van de pompdarm. Die hoge vloeibaarheid was noodzakelijk om het beton over de volledige hoogte en in de smalle spouw tussen de betonschillen te laten uitvloeien, zeker gezien de wandhoogte en de beperkte werkruimte. Waar de opvulruimte beperkter was, werd een maximale korrelgrootte van 14 mm gehanteerd om blokkeringen of grindnesten te vermijden. De hoge vloeibaarheid vroeg tegelijk om extra aandacht voor de afdichting: alle voegen en ondersteunende en zijdelingse bekistingen moesten zorgvuldig worden afgekit om lekkage van het vulbeton te voorkomen. Onderaan werden de wanden aan beide zijden degelijk vastgezet om de tijdelijke stortdruk op te vangen.”

De dubbele wanden in prefab beton hebben op sommige plaatsen een dragende functie, elders worden ze gebruikt als opvulwand tussen de staalstructuur. Ze werden afgewerkt met donkere baksteen.

In de prijzen

Bjorn Meuleman blikt met warme gevoelens terug op het project. “Het was constructief samenwerken met Artes Depret. De aannemer én het studiebureau, Sileghem & Partners, konden het ten zeerste appreciëren dat we oplossingen aanreikten daar waar nodig. En uiteraard zijn we ook bijzonder fier op het eindresultaat”, besluit hij.

En terecht. Ingebed in het historische Begijnhofpark geeft Abby een nieuwe impuls aan erfgoed, kunst en stedelijke beleving. Het project staat zonder meer symbool voor een gedurfde, technisch verantwoorde reconversie van erfgoed tot hedendaagse cultuurinfrastructuur.

Kwaliteiten die ook werden erkend door echte kenners: Abby werd verkozen tot Museumgebouw van het Jaar 2025 door het publiek van Museumpas – een indicatie van de resonantie van het project in de museum­wereld, ontving heel wat aandacht in internationale architectuurpublicaties, en won prijzen voor ruimtelijke kwaliteit en erfgoedintegratie.

Het mag dan ook niet verbazen dat het project een centrale plaats inneemt in de kandidatuur van 
Kortrijk als Europese Culturele Hoofdstad 2030. (WP)

Abby
Kortrijk, 2025

Bouwheer: Stad Kortrijk
Architect: Tab Architects bv, Koplamp architecten bv en Barozzi Veiga
Aannemer: Artes Depret nv
Studiebureau: Sileghem & Partners Architecten en Ingenieurs bv
Prefab beton: Prefaco nv

Kerncijfers
Dubbele wanden : 713 m²
Dikte dubbele wanden: 35 cm
Hoogte dubbele wanden: 12 m