Interview met Bart Anthonissen van eld – “Ik heb het gevoel dat prefab beton er altijd is geweest”

Het Antwerpse architectenbureau eld stelt zichzelf voor als een Europees, onafhankelijk, multidisciplinair bureau van architecten, ingenieurs, adviseurs, technische specialisten, projectmanagers, bim-specialisten & kostenadviseurs. Die veelzijdigheid probeert eld op projectniveau zo veel mogelijk uit te spelen. “Wat we doen, is altijd het resultaat van onze collectieve manier van denken”, klinkt het. BETON sprak met managing director Bart Anthonissen over zijn bureau, de focus op complexe, grote projecten en uiteraard prefab beton.

BETON: Hoe zou u eld als architectenbureau beschrijven?

Bart Anthonissen: We zijn een middel- ­groot, multidisciplinair kantoor. Zo beschikken wij in huis bijvoorbeeld over veel expertise rond gebouwtechnieken en stabiliteit. We hebben ook een specifieke afdeling die zich bezighoudt met bouwkostenbeheer en onze werfleiders zetten op de werf al hun technische ervaring in. In totaal is eld zo’n 30 personen sterk, met een goeie mix tussen architectuur en engineering. Op project­niveau zoeken we steeds naar de grotere, complexe projecten vanaf 10 miljoen euro en dat loopt op tot projecten hoger dan 100 miljoen euro. We mikken niet op een bepaalde sector of typologie en houden van afwisseling. We werken dan ook voor zowel overheden, ontwikkelaars als voor bedrijven. Of we worden ingeschakeld als onderaannemer van andere architecten. Er lopen ook projecten waarbij aannemers ons vragen het ontwerp verder te engineeren voor uitvoering.”

Een mooi voorbeeld van prefab beton als esthetische meerwaarde is
de Antwerp Tower. (architect: THV Wiel Arets architects – eld) – © Luc De Graef
Voor het Kattendijkdokproject op de Westkaai in Antwerpen – een ontwerp van David Chipperfield Architects en eld – werd gekozen voor een gevelbekleding uit wit architectonisch beton. – © Toon Grobet

BETON: Zijn het dan ook automatisch de complexere totaalprojecten die bij jullie terechtkomen?

Bart Anthonissen:Vaak zijn opdrachtgevers of aannemers op zoek naar expertise in een heel specifiek domein. Die vragen kunnen breed gaan en dat sluit aan bij onze baseline ‘a collective way of thinking’. We gaan specifiek op zoek naar de projecten waar we een echte meerwaarde kunnen betekenen en specifieke input kunnen leveren. Zo zijn er projecten waar we ons louter op het bouwkostenverhaal focussen, zoals het museum Kanal in Brussel waar we de raming en kostenbeheersing opvolgen en de bestekken maakten in opdracht van andere architecten.

Voor sommige klanten zijn wij een one-stop-shop en voeren we het hele pakket aan ontwerp en studies uit, maar in vele projecten worden we ook voor specifieke onderdelen gevraagd. Een grote troef van het multidisciplinaire karakter is dat we die diverse expertise in huis hebben, alle collega’s perfect hun rol kennen binnen de projecten en voor bepaalde specifieke vragen steeds bij elkaar terechtkunnen. Zelfs wanneer we niet verantwoordelijk zijn voor de stabiliteit of technieken, hebben we toch de nodige kennis van zaken om de noden van die disciplines architecturaal te ontwerpen.

BETON: Hebben de ontwerpen van eld een bepaalde signatuur?

Bart Anthonissen: De context bepaalt het ontwerp. Dus, nee. Ieder project en iedere klant heeft zijn eigen karakter en programma en op basis daarvan ontwerpen we. Een project is voor ons geslaagd wanneer je zin hebt om met datzelfde team nog eens samen te werken. Dat betekent dat de collective way of thinking gewerkt heeft, iets waar we zeer veel belang aan hechten. We prospecteren naar projecten die bij ons team passen, waar we ons kunnen uitleven, die maatschappelijk relevant zijn en de nodige uitdagingen bieden.

Voor de Antwerp Tower werden meer dan 3.000 helderwit gepolijste
gevelelementen gemaakt en geplaatst. – © Luc De Graef
Een kantoorgebouw uit de jaren zeventig dat werd omgetoverd tot
een moderne woontoren. © Luc De Graef

BETON: Op het vlak van bouwmaterialen – en dan vooral de duurzaamheid en circulariteit ervan – beweegt er heel wat. In hoeverre hebben die evoluties invloed op de ontwerpen van eld?

Bart Anthonissen: eld bestaat meer dan 65 jaar en we zien dat veel realisaties doorheen de levensduur een andere invulling hebben gekregen. Er zijn er uiteraard een aantal afgebroken, maar we zien toch heel wat gebouwen uit de jaren zeventig die vandaag nog altijd staan of zelfs als monument geklasseerd zijn. Het materiaal dat we gebruiken is bij ieder project dus zeker een uitgangspunt. Als je bouwt, dan moet je dat doordacht doen. Je moet ervoor zorgen dat je jezelf niet klem zet en ontwerpt met het oog op de toekomst. Het is intussen wel doorgedrongen dat de bouwsector enorm veel uitstoot genereert, zowel in constructie als in gebruik. En uiteraard nog veel meer wanneer gebouwen te vroeg moeten worden afgebroken.”

BETON: Welke rol heeft prefab beton binnen dat verhaal in de architectuur van eld?

Bart Anthonissen: Zelf ben ik 25 jaar actief en ik heb het gevoel dat prefab beton er altijd is geweest. En ik heb het doorheen mijn carrière ook altijd ervaren als een kwalitatief materiaal. Architectonisch beton kan esthetisch heel waardevol zijn en is een materiaal dat meestal heel mooi veroudert. Een goed voorbeeld van prefab beton als esthetische meerwaarde is de Antwerp Tower, een kantoorgebouw uit de jaren zeventig dat werd omgetoverd tot een moderne woontoren. Hiervoor werden meer dan 3.000 helderwit gepolijste gevelelementen toegepast.”

“Architectonisch beton kan esthetisch heel waardevol zijn en is een materiaal dat eigenlijk vrij goed veroudert.” – © Toon Grobet
Het wit architectonisch prefab beton geeft het Kattendijkproject een strak en tijdloos uiterlijk. – © Toon Grobet
Voor een labo-gebouw voor BleuChem, ontworpen door LOW Architecten, werden heel wat prefab betonelementen structureel toegepast.© Pascal Vandecasteele

Een ander voorbeeld is het Kattendijkdokproject op de Westkaai in Antwerpen. Voor dat project, dat we uitvoerden samen met David Chipperfield Architects, werd gekozen voor een gevelbekleding uit gestraald wit architectonisch beton. Een super strak uiterlijk dat er bijna vijftien jaar na realisatie nog altijd zeer goed uitziet, mooi veroudert en goed bestand blijft tegen vervuiling. Het is een realisatie waar het beton echt spreekt. Ik denk dat het al heel lang een architec­turale mindset is om prefab beton te gebruiken voor gevels. Wanneer je echt mikt op architectonisch beton van de hoogste kwaliteit, is de kostprijs wel een nadeel. Maar de esthetische meerwaarde kan dat soms compenseren.

BETON: Is prefab beton voor bepaalde projecten beter geschikt dan voor andere projecten?

Bart Anthonissen:De keuze is inderdaad steeds concept- en projectgebonden. Architecturale wensen, onderhoudsgemak of energetische eisen kunnen allemaal redenen zijn om voor prefab beton te kiezen. Architecturaal voor gevels is er toch een bepaalde repetitie nodig. Structureel wordt vaak gekozen voor prefab beton omwille van efficiëntie. Ook energetisch zorgt beton binnen het gebouw voor een veel stabieler binnenklimaat. Wat de keuze van het materiaal betreft, maken we altijd een afweging van het geheel en de karakteristieken van het project. Zo kiezen we voor een theaterzaal een prefab betonstructuur om akoestische redenen en in UZ Gent omwille van de brandveiligheid en de totale kostenefficiëntie.

Voor een labo-gebouw voor BleuChem, ontworpen door LOW Architecten, werden ook heel wat prefab betonelementen structureel toegepast. Dit was een mooi voorbeeld van hoe binnen een design&build-project snel en accuraat de juiste keuzes gemaakt konden worden op het vlak van stabiliteit door nauw overleg tussen ontwerpers en uitvoerder. In een vroeg stadium werd vastgelegd waar prefab beton de beste keuze was, wat met de kraan gehesen kon worden, waar men de voegen wilde leggen … Tijdens de engineering van ons BIM-model hebben we alles tot in de puntjes kunnen voorbereiden voor de aannemer. Tijdens de uitvoering werden daar de vruchten van geplukt.

BETON: Ieder materiaal is onderhevig aan innovatie, ook prefab beton. Op welk vlak kan prefab beton volgens u nog verbeteren?Bart Anthonissen: Er kan zeker nog meer ingezet worden op de certificering van het gebruik van secundaire granulaten in prefab constructies. En het zou ook positief zijn als er werk wordt gemaakt van een gecertificeerde manier om demontabele knopen te maken. Een systematiek die vanuit de sector wordt ontwikkeld en vrij breed inzetbaar is. En uiteraard blijft het voor beton een noodzaak om op te schalen naar minder uitstotende cementsoorten. Maar er beweegt wel wat op die markt en het is onze taak als architectenbureau om die innovaties op de voet op te volgen zodat wij de juiste keuzes blijven maken. Je moet steeds weloverwogen kiezen waarom je iets op een bepaalde plaats toepast. De juiste toepassing voor het juiste project. En binnen dat verhaal is prefab beton vandaag zeker één van de standaardopties, voor zowel structuur als afwerking.” (NRO)