Veilig monteren van prefab vloeren – DEEL 2

Het artikel over veilig monteren van prefab vloeren bestaat uit twee delen. Het eerste deel verscheen in BETON 235 (maart 2017). Daarin kwamen de algemene aspecten en risico’s met betrekking tot voorbereidende werkzaamheden aan bod, alsook de verschillende hijsmiddelen en hun aandachtspunten. In dit tweede artikel staan we stil bij het aanslaan, plaatsen, bekisten en opstorten van elementen. Daarnaast wordt uitgelegd welk belang de legvolgorde van elementen kan hebben voor de veiligheid.

Aanslaan van elementen

Bij het aanslaan of aanpikken van de vloerelementen op de vrachtwagen beschikken de arbeiders over een beperkte bewegingsruimte. Daardoor lopen ze het risico geraakt te worden door de zware hijsklem of de kettingen met hijshaken. Een veiligheidshelm en veiligheidsschoenen dragen kan letsels voorkomen. Deze persoonlijke beschermingsmiddelen zijn trouwens verplicht gedurende het hele werkproces van de montage. Tijdens het begeleiden van de klem zou een foute beweging van de kraanmachinist – bijvoorbeeld door een slechte communicatie tussen de arbeiders en de machinist – de arbeiders van de vrachtwagen kunnen duwen. Het is daarom te allen tijde aan te raden om persoonlijke valbeveiliging, bevestigd aan een externe galg, te gebruiken (Afbeelding1) (Meer informatie over de persoonlijke valbeveiliging vindt u ook in Deel 1).

Door het gebrek aan bewegingsruimte op de vrachtwagen is het voor de arbeiders ook bijna onmogelijk om voortdurend een veilige afstand te houden ten opzicht van de vloerelementen. Wanneer de vloerelementen opgetild worden, zou een welfsel door een slechte positionering van de klem kunnen vallen. De grootste kans hierop is vlak na het optillen. Dat is trouwens ook het moment waarop de veiligheidskettingen onder de welfsels moeten aangebracht worden. Deze kettingen voorkomen dat het vloerelement valt tijdens de verdere hijsbeweging naar de constructie. Het vastmaken van de kettingen is niet zonder risico, omdat men de kettingen onder het vloerelement door moet trekken. Het risico op ongevallen – in het allerslechtste geval het verbrijzelen van de handen en armen – kan worden voorkomen door gebruik te maken van een praktisch hulpmiddel, bijvoorbeeld een haak waarmee de ketting onder het element getrokken wordt.

Na het vastmaken van de veiligheidskettingen zouden de arbeiders van de vrachtwagen moeten afstappen. Niet alleen kan een zwenkende kraan de arbeiders raken, met het risico op een val van de vrachtwagen, de kraan kan de arbeider ook in het nauw drijven. We denken er liever niet aan, maar in het slechtste geval raakt de arbeider gekneld.

Ook het afstappen van de vrachtwagen is niet zonder gevaar. Voor grote werven die voldoende lang duren en met meerdere leveringen per dag kan een mobiel bordes of loopplatform aan beide kanten van de oplegger een duurzame veiligheidsoplossing bieden (Afbeelding2). Dit bordes moet voorzien zijn van geschikte leuningen en een toegangstrap. Het systeem kan ook gebruikt worden in combinatie met een persoonlijke valbeveiliging aan een galg.

Plaatsen van elementen

De oplegconstructie moet uiteraard voldoende stabiel zijn op het moment dat de vloerelementen geplaatst worden. Dat betekent dat het beton of de mortel van de oplegconstructie naar behoren uitgehard is en de constructie geschoord of gestut is indien nodig.

De plaatsing van de eerste breedplaat of de eerste twee of drie welfsels gebeurt meestal, zoals bij het aanbrengen van het oplegmateriaal, vanaf de lager gelegen vloer, via ladders. Maar ook hier genieten rolsteigers of hoogtewerkers de voorkeur. Zijn er gevelsteigers of bestaande vloeren aanwezig langs de dicht te leggen stroken, kan men de plaatsing best zoveel mogelijk vanaf daar uitvoeren.

De volgende vloerelementen kunnen geplaatst worden vanaf de eerder geplaatste elementen. Een collectieve valbeveiliging aanbrengen om bescherming te bieden tijdens het plaatsen van de elementen is niet evident. Niet alleen moet de randbeveiliging aan de zijkanten van de dicht te leggen stroken aangebracht worden, ook ter plaatse van het laatst geplaatste element moet een val voorkomen worden. Er bestaan hiervoor wel systemen, maar in praktijk is het dikwijls veel sneller, eenvoudiger en goedkoper om de arbeiders een persoonlijke valbescherming te laten dragen. Andere arbeiders zijn op dat moment niet toegelaten op de vloer in opbouw. Persoonlijke valbeveiligingssystemen zijn meestal wel aanwezig op de werf, maar ze zijn dikwijls niet toegewezen aan één gebruiker. Het is aan te bevelen om de arbeiders die de plaatsing uitvoeren over een eigen uitrusting te laten beschikken en er ook verantwoordelijk voor te laten zijn.

Bij het plaatsen vanaf eerder geplaatste elementen moeten de elementen steeds aangenomen worden op een hoogte van circa 1,20 meter boven de werkvloer. Op die manier werkt het element als extra valbescherming en vermijdt men blessures. Bij het niet-respecteren van deze regel kunnen vooral het het hoofd en het scheenbeen geraakt worden. Een ander risicovol scenario is dat het oplegrubber verschuift tijdens het plaatsen van de vloerelementen. Het is zeer gevaarlijk wanneer een arbeider de positie probeert te herstellen terwijl het vloerelement net boven zijn hand in de kraan hangt. De minste beweging van de kraan houdt mogelijkheden in om de hand van de arbeider te verwonden.

Na plaatsing van een breedplaat en afkoppeling van de hijshaken moeten de haken begeleid worden langs de tralieliggers om spontaan inhaken te voorkomen. Bij het gebruik van een welfselklem moeten de veiligheidskettingen net voor het plaatsen losgemaakt worden om het element te kunnen plaatsen. Soms kunnen de veiligheidskettingen slechts aan één kant van de klem losgemaakt worden. Om te vermijden dat men op het welfsel moet kruipen om de veiligheidskettingen los te kunnen maken, moet bij het plaatsen van de klem rekening gehouden worden met de legrichting van het element. Meestal laat men na de plaatsing van het element de veiligheidskettingen gewoon hangen met het risico dat deze ergens achter blijven hangen of de arbeiders blesseren tijdens de hijsbeweging naar de vrachtwagen.

Wanneer tijdens de plaatsing blijkt dat een vloerelement te lang is, mag men het element zeker niet verder monteren. Het element moet afgevoerd worden naar een veilige plaats op de grond om het daar te corrigeren. Werden de veiligheidskettingen van de welfselklem al losgemaakt, dan moeten die eerst terug vastgemaakt worden. Indien het welfsel even wordt neergelegd op de oplegconstructie zonder de klem te verwijderen, bestaat de kans dat de klem zijn grip verliest wanneer het element terug omhoog getild wordt. In dat geval dient dus altijd gecontroleerd te worden of de klemmen nog altijd goed aangrijpen aan de randen van het element.

Een goede detaillering en maatvoering van de constructie, maar ook een correcte uitvoering zijn belangrijk ter voorkoming van het niet-passen van elementen. Bij het gebouwontwerp en het opstellen van de stabiliteitsplannen moet ook rekening gehouden worden met specifieke eisen die voortvloeien uit de uitvoeringswijze. Dit is belangrijk omdat anders gevaarlijke situaties kunnen ontstaan of aanpassingen aan het element nodig zijn. Voor een aan te passen element worden in praktijk niet vaak alle veiligheidsmaatregelen getroffen. Specifiek voor breedplaten geldt dat de boven- en diagonaalstaven van de doorgaande tralieliggers niet mogen doorgeknipt worden zonder overleg met de fabrikant.

Zijn alle vloerelementen geplaatst, dan moet er zo snel mogelijk een randbeveiliging aangebracht worden. Die moet bescherming bieden tijdens latere werkzaamheden, zoals het aanbrengen van de randbekisting, het aanbrengen van de wapening, het storten van de druklaag, het metselen van de buitenwanden of het plaatsen van de prefab gevelelementen. Het is belangrijk dat de randbeveiliging deze werkzaamheden niet hindert. Er bestaan systemen waarbij de randbeveiliging geïntegreerd wordt in de randbekisting (Afbeelding3). Afhankelijk van dit systeem, het type vloerelement en de oplegdetaillering wordt de randbekisting aangebracht vóór of na het plaatsen van de vloerelementen. Naderhand kan de randbeveiliging eenvoudig aangebracht worden vanaf de geplaatste vloerelementen door arbeiders te voorzien van een persoonlijke valbeveiliging. Een andere oplossing bestaat erin hulzen of ankers mee te storten of te metselen in de oplegconstructie, waarin of waaraan dan later de randbeveiliging eenvoudig aangebracht kan worden. Indien gewerkt wordt met een gevelsteiger kan deze ook dienst doen als randbeveiliging, op voorwaarde dat de steiger voorzien is van een geschikte leuning.

De meest eenvoudige randbeveiligingssystemen bestaan uit een leuning van steigerplanken, steigerbuizen of rasterhekken. De randbeveiliging moet wel voldoende hoog zijn en beschikken over een bovenleuning, een tussenleuning en een kantplank (stootplint) (Afbeelding4). De kantplank is nodig om het vallen van gereedschap te voorkomen. Ook ter hoogte van trapopeningen en andere openingen in de vloer moet een randbeveiliging komen. Een trapopening en een opening voor een liftkoker kunnen best met een leuning beveiligd worden. Kleinere openingen kunnen afgedekt worden met een stevig materiaal of voorzien worden aan de onderkant van een opvangvloer. Beide oplossingen moeten voldoende verankerd worden aan de vloer.

Wanneer dragende prefab gevelelementen worden toegepast kan men vanaf het ontwerp van het gebouw inspelen op de veiligheid van de montage door de gevelelementen niet uit te voeren van vloerpeil tot vloerpeil, maar ze boven het vloerpeil te laten uitsteken. Op die manier kunnen ze dienst doen als randbeveiliging tijdens de montage van de vloer (Afbeelding5). Niet-dragende prefab gevelelementen zouden vóór het plaatsen van de vloerelementen gemonteerd kunnen worden tegen de draagstructuur vanaf hoogtewerkers om zo een randbeveiliging te vormen.

Bekisten en opstorten

Wordt de randbekisting vóór de vloerelementen aangebracht kan dat best gebeuren vanaf een rolsteiger, hoogtewerker, gevelsteiger of bestaande vloer. In het andere geval zal de randbekisting aangebracht worden vanaf de gevelsteiger of de geplaatste vloerelementen, al dan niet met gebruik van een persoonlijke valbescherming. Dit hangt af van het moment waarop de randbeveiliging wordt aangebracht. Wordt de randbeveiliging vastgemaakt aan de randbekisting, dan zal een persoonlijke valbeveiliging nodig zijn. Maar er bestaan ook systemen waarbij de randbekisting tegen de randbeveiliging kan bevestigd worden. In dat geval is een persoonlijke valbeveiliging overbodig.

Met betrekking tot de randbekisting kunnen prefab gebouwen ook meerwaarde bieden. Zo kan een dubbele wand waarvan de buitenschil uitsteekt boven het vloerniveau, dienst doen als verloren bekisting (Afbeelding 6). Maar ook massieve prefab wanden kan men laten uitsteken boven het vloerniveau om zo een randbekisting te voorzien (Afbeelding 5).

Gedurende werkzaamheden op de onafgewerkte vloer kan men struikelen of vallen over verschillende oneffenheden, zoals de voegen tussen de welfsels, de eventueel opengemaakte kanalen van welfsels, de tralieliggers van breedplaten, de wapeningsnetten van de druklaag en de leidingen die op de breedplaten aangebracht werden. Er kunnen geen maatregelen genomen worden om dit te voorkomen. Wel kan men trachten om de gevolgen te reduceren. Zo kunnen bijvoorbeeld gevaarlijke verticale en horizontale stekeinden voorzien worden van beschermdoppen.

Tijdens het storten van het beton met een betonneerbak, ook kubel genoemd, worden de arbeiders blootgesteld aan risico’s bij het hijsen en het geleiden van de kubel. Deze risico’s kunnen niet vermeden worden. Voorzichtigheid is hier de boodschap. Indien het beton gepompt wordt, kan het manoeuvreren van de giek ongevallen veroorzaken. Ook hier is extra voorzichtigheid geboden. Bij het opstarten van het pompen is het bovendien verboden zich in de gevarenzone van de einddarm te begeven. Deze veiligheidsmaatregelen zijn niet gelinkt aan het gebruik van prefab maar inherent aan het betonneren.

Legvolgorde

Het plaatsen van de vloerelementen in een logische en aansluitende volgorde is belangrijk om het aantal handelingen te beperken en ervoor te zorgen dat de reeds geplaatste elementen een werkplatform vormen. Een aansluitende legvolgorde kan het risico op vallen aanzienlijk verminderen. De legvolgorde wordt vastgelegd door de werfleiding op basis van het legplan, met hulp van de preventieadviseur en de veiligheidscoördinator. Het is belangrijk dat de werfleiding de afgesproken legvolgorde ook communiceert aan de arbeiders die zullen instaan voor de plaatsing. De definitieve legvolgorde zal door de fabrikant van de vloerelementen, die verantwoordelijk is voor het laden van de vrachtwagens, vertaald worden naar een laadvolgorde. Pasplaten worden altijd als laatste geladen en liggen dus helemaal van boven op de vracht. Ze zullen op de werf even aan de zijkant gestockeerd moeten worden tot ze geplaatst kunnen worden. Pasplaten worden daarom best aan de randen van een vloerveld ingetekend op het legplan om zo gevaarlijke openingen tijdens het plaatsen te voorkomen.

Tot slot

Werken met prefab vloeren is een snelle en veilige uitvoeringsmethode. Toch moet men rekening houden met bepaalde risico’s. De veiligheid kan enorm verbeterd worden dankzij een goede dosis gezond verstand en een beetje inspanning en discipline. Op termijn kan de technologie hierbij misschien een handje helpen. Het gebruik van een virtuele bril bijvoorbeeld zou de arbeiders op de werf op het juiste moment van de juiste veiligheidsinstructies kunnen voorzien of zelfs kunnen waarschuwen voor gevaarlijke situaties. (BHE)

Literatuur:
WTCB-rapport nr. 10 – Veiligheid bij de uitvoering van werken in geprefabriceerd beton, 2008
NAVB-dossier, Bundel nr. 126 – Veilig werken op hoogte, april 2010
Preventie- en toolboxfiches beschikbaar op http://navb.constructiv.be
Veilig welfsels plaatsen, Eindwerken XIOS, Master in de industriële wetenschappen: bouwkunde, Louis Collée, 2010
Instructienota’s fabrikanten FEBEFLOOR en FEBREDAL

You may also like...