Eurodal nv, nieuw lid van FEBE “Wij geloven dat onze innovaties kunnen bijdragen tot verdere groei.”

Eurodal nv, gevestigd in Grobbendonk, is sinds 1982 een gevestigde waarde in de productie van vloerplaten. De lange traditie belet de drie zaakvoerders Philippe Segers, Gerald Van Doren en Patrick Bynens niet om vooral vooruit te kijken. Met hun innovatieve ontwikkelingen richten ze zich op de thema’s ‘verharding’, ‘ruimte’, ‘water’ en ‘groen’. Eurodal nv werd net lid van FEBE. Naar aanleiding daarvan stelt Patrick Bynens, verantwoordelijk voor productie, productontwikkeling, marketing en HR, het bedrijf voor.

BETON: Kan u zichzelf eerst even voorstellen?

Patrick Bynens: “Ik ben al enige tijd in de betonsector actief. Zo werkte ik van 1989 tot 2006 bij Echo nv in Houthalen, waar ik de technologiedivisie leidde en lid was van het directiecomité van de groep. In 2006 werd ik de derde zaakvoerder bij Eurodal nv, dat in 1982 werd opgericht door Walter Segers en op dat moment geleid werd door zijn zoon en schoonzoon. ”

BETON: Eurodal nv staat bekend als producent van vloerplaten. Maar jullie ontwikkelden ook een aantal mooie innovaties.

Patrick Bynens: “Wij geloven absoluut dat onze innovaties veel kunnen bijdragen tot de verdere groei die we beogen. Toen we destijds Hydrops op de markt brachten, waren we een beetje voor op onze tijd. Er werd wel over waterbuffering en infiltratie gesproken, maar een fatsoenlijke wetgeving ontbrak. Niemand wilde extra betalen om hemelwater wat langer bij te houden om het daarna in de bodem te laten infiltreren. Intussen is dat een verplichting. De vraag naar Hydrops stijgt mee.”

Ook Vélonet is voor ons een mooie innovatie. Samen met andere partners hebben wij het concept dat Architect Luc Maes ontwikkelde, verder doorontwikkeld tot een marktrijp product. In ons demopark is nu een reëel stuk Vélonet te zien, aangelegd in een bestaande gracht (zie tekening).

 “Innovatie blijft ons boeien. Samen met een aantal andere partijen, waaronder De Bonte (betonbedrijf) en Treebuilders (Nederlands bedrijf dat producten aanbiedt om bomen te laten gedijen in een stedelijke omgeving), hebben we een kennisplatform rond water opgericht: B’Rain. Sinds kort is ook Ebema nv aan boord met ‘Ecosolutions’. We willen graag een tiental partners met uiteenlopende expertise rond de tafel verzamelen, om zo totaalconcepten met betrekking tot regenwater te ontwikkelen. Hebben studiebureaus een idee, dan willen wij dat met de collectieve knowhow van B’Rain vertalen naar de markt. In een eerste fase zullen we bestaande oplossingen zoals Hydrops, Vélonet, Ecosolutions en Treebuilders op elkaar afstemmen en verfijnen. Op lange termijn denken we aan verdere ontwikkelingen die in de ‘grijs-groen-blauwe’ strategie passen: Grijs verwijst naar de beton elementen, blauw naar het lokaal te beheersen water en groen naar de gekoppelde boomoplossingen in het geheel.

BETON: In BETON 248 meldden we al dat Ebema nv een strategische participatie nam in Eurodal nv. Hoe zien jullie deze alliantie?

Patrick Bynens:Die is op verschillende vlakken van belang. Wij zijn ervan overtuigd dat het salesnetwerk van Ebema nv onze innovaties nog meer in de schijnwerpers kan plaatsen. Ook naar product- en projectinnovatie is er heel wat synergie mogelijk. Beiden bedrijven hebben enorm veel kennis, die ook nog eens complementair is. Op het vlak van innovatie kunnen we elkaar zeker versterken.

BETON: De vloerplaten die jullie produceren, maakten de voorbije jaren ook een belangrijke evolutie door, bijvoorbeeld qua formaat.

Patrick Bynens:Het oorspronkelijke product was de ‘Stelconplaat’, 110 jaar oud en gepatenteerd. Zowel in Nederland als in België werd die plaat louter gebruikt als industrieel product voor bijvoorbeeld overslagplaatsen.”

Bij Eurodal nv geloofden we in het potentieel voor bredere toepassingen. Daarom hebben we al in 2006 hard aan de kwaliteit van de afwerking gewerkt. Onze producten kregen het uitzicht van sierbeton. We probeerden onze producten ook zichtbaarder te maken, door ze toe te passen in projecten waar ze aan de voorzijde van kantoorgebouwen werden gebruikt. Mensen moesten de esthetiek van dat product gaan waarderen. Het werkte.”

Eens we die eerste stap onder controle hadden, maakten we de doorsteek naar de residentiële markt. Vanaf 2011 zijn we kleinere platen gaan produceren, tot 1 m², terwijl het standaardformaat vroeger 4 m² was. We maakten nog een extra kwaliteitssprong. Dat alles was een bewuste keuze. We hebben nu drie gamma’s: premium+, premium en industrieplaten. Vrij recent hebben we zelfs een technologie ontwikkeld waarbij we iedere maat van plaat kunnen aanbieden.”

BETON: Laatste vraag. Hoe vullen jullie duurzaamheid nog in behalve jullie focus op het thema ‘water’?

Patrick Bynens:Wij hechten steeds meer belang aan duurzaamheid in onze productie. Zo runnen wij een vrij grote tweedehandsmarkt. Wij kopen platen terug van de eigenaars en leggen ze ergens anders opnieuw. Daarnaast hebben wij ook permanent duizenden vierkante meters in de verhuur. Onze producten krijgen een tweede en een derde leven. Beton dat gestort is, moet opnieuw worden opgebroken. Onze platen liggen gewoon op zand en kunnen na hun eerste leven naar een nieuwe bestemming getransporteerd worden. Soms is de keuze ook bewust esthetisch gemaakt. Op de koolmijnsite van Beringen koos men voor tweedehands platen, omdat ze in de sfeer van industrieel erfgoed passen. De vraag naar tweedehands platen stijgt ook vanuit de klant. De flexibiliteit, de eenvoud en vooral de kwaliteit van ons product zorgen ervoor dat we inzake hergebruik een voortrekker in de sector kunnen zijn.”(KD)

You may also like...