Interview met Luc Nelles (Luc Nelles Architectes Associés) – “Prefab beton biedt architecten veel controle”

Het bureau Luc Nelles Architectes Associés (LNAA), dat gevestigd is in Luik, stond onlangs in the picture dankzij de realisatie van twee nieuwe tribunes langs het circuit van Spa-Francorchamps, met een FEBE Elements Award als ultieme bekroning. Hoewel prefab beton een logische keuze was voor dit project, geldt dat niet noodzakelijk voor alle typologieën. “Het is een kwestie van balans en integratie in de context”, benadrukt architect-zaakvoerder Luc Nelles met de nodige bescheidenheid. Als zoon en broer van een aannemer beseft hij als geen ander wat de praktische implicaties van een architecturaal ontwerp kunnen zijn en houdt hij altijd rekening met de realiteit op de werf.

BETON: Kunt u Luc Nelles Architectes Associés allereerst even kort voorstellen? Op welke soorten projecten spitsen jullie zich voornamelijk toe?

Luc Nelles: Ik heb het bureau opgericht aan het einde van mijn stageperiode in 1991 en heb enkele jaren alleen gewerkt alvorens ik de hulp inriep van een ingenieur en vervolgens ook van een bevriende ontwerper. We twijfelden toen nog over de richting die we wilden inslaan, maar uiteindelijk hebben we ons voor de volle 100% op architectuur gestort, waarbij we een scherp oog voor detail behielden.”

Aanvankelijk ontwierp ik eengezinswoningen voor vrienden en kennissen, daarna heb ik mijn horizon verbreed met industriële gebouwen. Mijn voorliefde voor beton dateert waarschijnlijk uit die periode. De kolommen werden vaak ter plaatse gestort, maar ik gebruikte toen al voorgespannen balken. Op een dag won ik een ontwerpwedstrijd voor Verviers Pneus, dat me vervolgens tal van projecten toevertrouwde en dat vandaag nog steeds een beroep doet op onze expertise. Zo voerden we simultaan industriële en residentiële projecten uit.

Vervolgens waagde ik me aan overheids­opdrachten voor gemeenten als Waimes en Malmedy (Luc Nelles is afkomstig uit het dorp Xhoffraix, dat deel uitmaakt van Malmedy, waar hij erg aan gehecht is, red.). Denk aan projecten zoals de renovatie van kerken, de bouw van een rusthuis en sociale woningen. Een gewonnen ontwerpwedstrijd voor HELMo (Haute École Libre Mosane) leverde ons een mooie referentie op met campus Guillemins en vormde de aanzet tot de realisatie van een reeks schoolgebouwen. Mijn eerste grote opdracht in de publieke sector was ‘Triangel’, een complex met een cultureel centrum en kantoren voor het gemeentebestuur van Sankt Vith, dat ik samen met wijlen Claude Strebelle (AST) en Daniel Blaise heb gerealiseerd. Een ander groot dossier was het politiebureau van Marche-en-Famenne, in samenwerking met Luc De Potter. Zo groeide ons bureau langzaam maar zeker. Momenteel zijn we met zes, inclusief mezelf.”

BETON: Wat zijn jullie sterke punten?

Luc Nelles: Ik denk dat onze wil om altijd kwalitatief werk te leveren uiteindelijk de doorslag geeft. Het is niet voor niets dat we enkele trouwe klanten hebben, zoals Verviers Pneus of HELMo.”

Mijn vader was wegenbouwer. Als student heb ik geregeld samen met hem op werven gestaan en ik heb ook geholpen bij de renovatie van een woning. Ik heb altijd al in de voetsporen van een echte vakman willen treden. Ik pretendeer niet dat ik metselaar, timmerman of dakdekker ben, maar ik wilde me in ieder geval in deze verschillende beroepen verdiepen om beter te begrijpen met welke moeilijkheden en uitdagingen ze te kampen hebben. Als architect wil ik geen ivorentoren­mentaliteit hanteren, want ik heb veel respect voor handenarbeid. Als ik iets ontwerp, probeer ik altijd in te schatten welke concrete gevolgen dat heeft in de uitvoeringsfase en te beoordelen of het sop de kool waard is. In plaats van ‘architectenfrivoliteit’ geef ik de voorkeur aan een gebouw dat is aangepast aan zijn functie en het omringende landschap. We bouwen niet voor het plezier van de architect, maar om aan de wensen van de klant te voldoen.”

Een andere troef die ik wil aanstippen is de uitstekende sfeer die bij ons op de werkvloer heerst. In ons bureau zijn menselijke kwaliteiten evenveel – zo niet meer – van tel dan professionele kwaliteiten.”

BETON: Wanneer is een project voor u geslaagd?

Luc Nelles:In het verleden was ik structureel ontevreden en zag ik meer de gebreken dan de kwaliteiten. Anderen moesten mij ervan overtuigen dat een project wel degelijk succesvol was. Ik ben intussen bijgedraaid, maar blijf steevast zeer kritisch voor mezelf. Een project is pas geslaagd als het in goede verstandhouding met de klant en indien mogelijk ook met de aannemer is uitgevoerd en als we een betrouwbaar, geïntegreerd gebouw hebben opgeleverd dat goed functioneert en de gebruikers bevalt. Ook als de volgende generatie me vraagt om voor hen te werken, terwijl ik 25 jaar eerder al de woning van hun ouders heb ontworpen, dan is dat voor mij een reden om tevreden te zijn.”

BETON: Wat zijn in uw ogen de grootste hedendaagse en toekomstige uitdagingen voor de sector? En hoe gaan jullie daar als bureau mee om?

Luc Nelles:Op organisatorisch vlak vind ik het steeds moeilijker om werven accuraat op te volgen, aangezien bedrijven steeds groter worden en steeds meer onderaannemers inschakelen. Dat bemoeilijkt het werf­beheer en de uitvoeringscontrole. Om op schema te blijven, moet de architect kunnen vertrouwen op een solide lastenboek, plannen die voortdurend up-to-date gehouden worden en een strikte naleving van de vooropgestelde deadlines.”

In conceptueel opzicht geloof ik in architectuur die verankerd is in haar omgeving. Ik zie namelijk veel gebouwen opduiken die overal ter wereld hadden kunnen worden gerealiseerd. Ik vind dat vooral zonde in landelijke gebieden, waar we nog het geluk hebben te kunnen genieten van een kwalitatief hoogstaande omgeving die we dienen te vrijwaren. We moeten aandacht besteden aan de volumetrie die we creëren, het materiaal- en kleurgebruik enzovoort, zodat het project in zijn omgeving past en niet uit de toon valt. Het is niet eenvoudig om het juiste evenwicht te vinden tussen iets dat vernieuwend wil zijn en tegelijk de continuïteit met het verleden garandeert.

Steden staan dan weer voor de enorme uitdaging om hun grotendeels gedateerde gebouwen te renoveren. Zo hebben we net de grootschalige renovatie van een campus van HELMo afgerond. Een zeer complex project, vooral omdat we moderne technieken moesten zien te integreren in oude gebouwen.”

BETON: U werkt vaak en graag met prefab beton. Vanwaar die keuze?

Luc Nelles: Ik werk graag met beton in het algemeen, omdat ik het beschouw als een authentiek, natuurlijk materiaal: een mengeling van zand, grind, cement … Omdat het niet is afgewerkt, laat het expliciet zien wat het in zich heeft. Dat beschouw ik als een grote kwaliteit. Voor mij heeft beton een plaats in elke vorm van architectuur, zelfs in regionalistische varianten. Dat gezegd zijnde, moet je wel maat houden in de hoeveelheid beton die je gebruikt, in de volumetrie die je daarmee creëert en dus in de expressie die je aan het materiaal geeft. Elk project is uniek. Het is gewoon een kwestie van evenwicht. Het project moet in zijn context passen, punt.”

BETON: Wat zijn de troeven van prefab beton?

Luc Nelles:Zonder prefabbeton hadden we de tribune aan de Raidillon-bocht in Spa-Francorchamps nooit kunnen bouwen. Het zou onmogelijk geweest zijn om de strakke deadlines te halen en bovendien was de configuratie van de site niet geschikt voor het ter plaatse storten van beton. In het algemeen biedt prefab beton je als architect veel controle. In de eerste plaats dimensionale controle, omdat alles wordt gemodelleerd en geverifieerd voordat het wordt geprefabriceerd. Dat biedt een betere garantie voor het resultaat op het vlak van uitlijning en de algemene geometrie van het gebouw. Ter plaatse gestort beton garandeert daarentegen minder voorspelbaarheid. Prefabricage verplicht alle betrokken partijen om met dezelfde nauwkeurigheid te werken, van de architect tot de aannemer, het studiebureau en de fabrikant. Daarnaast is ook het esthetische aspect van belang. Als het beton zichtbaar moet blijven, moet je er goed over waken dat de verschillende prefab elementen afkomstig zijn uit dezelfde productieomgeving, anders bestaat het risico dat er uiterlijke verschillen ontstaan.”

BETON: Hoe presteert prefab beton op het vlak van duurzaamheid?

Luc Nelles:Natuurlijk is de productie van cement te energie-intensief, maar dat is voor mij geen reden om beton te weren. Als een gebouw goed ontworpen is en gemaakt is om meerdere generaties mee te gaan, is het gebruik van beton volkomen gerechtvaardigd. Als beton spaarzaam wordt toegepast waar het echt nodig is, heb ik daar geen probleem mee. Het lijkt me trouwens een utopie om helemaal betonvrij te werken. We moeten vertrouwen hebben in de industriële producenten, die deze dagen onder enorme druk staan om beton met een sterk verminderde CO2-impact te ontwikkelen.

BETON: Beton moet dus milieuvriendelijker worden. Ziet u voorts nog andere verbeterpunten voor dit bouwmateriaal?

Luc Nelles:Persoonlijk ben ik voortdurend op zoek naar oplossingen om de secties te verfijnen, enerzijds om minder beton te verbruiken en anderzijds om een meer esthetische geometrie te verkrijgen. Ook discretere en intelligentere oplossingen voor de assemblageknopen zijn welkom. Voor het ontwerp van de tribunes langs het circuit van Spa-Francorchamps vroegen we ingenieurs en prefab fabrikanten bijvoorbeeld om assemblageoplossingen uit te werken die niet te volumineus waren.”

BETON: Is prefab beton voor bepaalde projecten geschikter dan voor andere?

Luc Nelles:Ik heb al uitgelegd waarom infrastructuren zoals de tribunes langs het circuit van Spa-Francorchamps zich uitstekend lenen tot de toepassing van prefab betonelementen. Een ander project waarvoor dit ook geldt, is de uitkijktoren van Fort Battice, die oorspronkelijk in ter plaatse gestort beton moest worden opgetrokken. Uiteindelijk is er geopteerd voor prefab beton om een enorm uitvoeringsprobleem te omzeilen, namelijk dat voor het ter plaatse storten van beton een dubbele stelling nodig zou zijn geweest.”

Voor gebouwen moet de meerwaarde van prefab beton geval per geval worden bekeken. Zelfs wanneer ik een industrieel gebouw ontwerp, combineer ik vaak betonnen kolommen met gelamineerde houten liggers, die vanaf een bepaalde overspanning interessanter zijn en bovendien een warme esthetische uitstraling hebben. Het nieuwe schoolgebouw dat we realiseren voor Don Bosco in Luik zal bijna volledig uit zichtbeton bestaan. Ook de technische installaties zullen in het zicht gelaten worden. Naast de kostenbesparing die hieruit voortvloeit, willen we de leerlingen zo ook verschillende aspecten laten zien van de beroepen die ze er leren.

BETON: Wat beschouwt u persoonlijk als een echt referentieproject op het gebied van prefab beton?

Luc Nelles: Ik denk aan gebouwen zoals Blanc Gravier, een sportcentrum van de ULiège dat in de jaren 80 door Bruno Albert is ontworpen. Of, meer recent, het nieuwe hoofdkantoor van BNP Paribas Fortis in Brussel, van de hand van Jaspers-Eyers Architects (in samenwerking met Baumschlager Eberle Architekten en Styfhals & Partners). Het repetitieve karakter van de gevels illustreert de kracht van prefab beton.” (PS)