Interview met Professor Patrick Willems, voorzitter van VLARIO : “Het komt er altijd op aan het water ter plaatse te houden”

Waterbeheer, het thema van deze editie van BETON, omvat verschillende facetten. We denken daarbij in de eerste plaats aan droogte en wateroverlast. De kwestie kan nog breder gezien worden, als een plan dat kadert in een klimaatadaptatiebeleid. Professor Patrick Willems, voorzitter van VLARIO, schetst het bredere verhaal.

© Shutterstock

BETON: Professor Willems, we kennen u sinds een jaar als voorzitter van VLARIO, in Vlaanderen het overlegplatform voor riolering en waterzuivering. Daarnaast bent u ook professor aan de KU Leuven, waar u vooral met waterbeheer bezig bent.

Patrick Willems:Klopt. Ik richt me op studies rond hydrologische extremen: te veel water, te weinig water, overstromingen, droogte, … We brengen deze fenomenen in kaart en extrapoleren ze naar de toekomst door de kans op herhaling te berekenen. We bestuderen de impact van klimaatverandering en hoe we daarmee kunnen omgaan. De link met VLARIO is logisch. In Vlaanderen vormt VLARIO de koepel van alles wat met het beheer van hemelwater en afvalwater te maken heeft. De organisatie heeft sterke banden met fabrikanten, gemeenten, studiebureaus en rioolbeheerders. Het is erg belangrijk dat al deze stakeholders mee zijn. Zij moeten de problematiek kennen en advies krijgen om nieuwe principes te kunnen toepassen.

Fig. 1: Waterverbruik ten opzichte van de totale voorraad. Bron: World Resources Institute 2019.

BETON: Hydrologie is de laatste jaren steeds meer onder de aandacht gekomen, omwille van kwesties die aan het dagelijkse leven raken. Hoe heeft u die aandacht zien evolueren?

Patrick Willems:De eerste studies die aantoonden dat we naar een waterschaarstedreiging evolueren dateren van 15 jaar geleden. Vlaanderen is heel kwetsbaar voor die problematiek, omwille van de hoge bevolkingsdichtheid en het feit dat er geen grote rivieren stromen (fig. 1). In Nederland brengt de Rijn bijvoorbeeld massaal veel smeltwater van de Alpen mee. In Vlaanderen zijn wij heel afhankelijk van de regenval. Het gevolg is een lage waterbeschikbaarheid per persoon (fig. 2). Dat probleem ben ik sinds 2007 echt beginnen aankaarten. Het draagvlak is langzaam gegroeid, tot er uiteindelijk geld werd vrijgemaakt door de overheid, in het kader van de ‘Blue deal’. De ‘Blue deal’ is een akkoord dat afgesloten is voor Vlaanderen. Met deze deal trekt Vlaanderen middelen uit om de droogteproblematiek op een structurele manier aan te pakken.

Fig. 2: Totale waterbeschikbaarheid per persoon en per jaar, voor de OESO-landen. Bron P. Willems, KU Leuven.

BETON: Waarom geldt die enkel voor Vlaanderen?

Patrick Willems: “ De ‘Blue deal’ is opgesteld door de Vlaamse Overheid. In Wallonië speelt de problematiek minder, wegens de grote waterlopen zoals de Maas en de Samber en de lagere urbanisatiegraad.”

BETON: De problematiek van de droogte, de wateroverlast en de hitte houden verband met elkaar. Kan u dat vanuit uw expertise uitleggen?

Patrick Willems: De grondoorzaak is de opwarming van de atmosfeer, omwille van de toegenomen uitstoot van broeikasgassen. Als gevolg daarvan kan de atmosfeer meer waterdamp bevatten. Het duurt dus langer tot de atmosfeer is verzadigd en het begint te regenen, met langere droge periodes als gevolg. Als logisch gevolg bevat de atmosfeer uiteindelijk meer water wanneer deze verzadigd is, waardoor de regenval die volgt een stuk intenser is, met mogelijk wateroverlast tot gevolg (fig. 3).

Fig. 3: De klimaatverandering leidt tot meer hydrologische extremen. – Bron: P. Willems, KU Leuven.

Op jaarbasis valt ongeveer dezelfde hoeveelheid regen. Maar de hitteperiodes veroorzaken meer verdamping, wat tot uitdroging van de ondergrond leidt. Gezien er te weinig bodemwater is, kan ook het dieper gelegen grondwater niet worden aangevuld. Daardoor dalen de grondwaterstanden, en drogen ook de rivieren – die steeds op de laagste punten lopen – uit. Dat heeft gevolgen voor de landbouw, die water uit die onderlagen en de waterlopen trekt voor irrigatie. Ook drinkwaterbedrijven, industrie, scheepvaart, recreatie en natuur hebben oppervlaktewater en /of grondwater nodig. De problematiek heeft dus heel veel facetten.

BETON: We horen ook vaak dat ons land – en dan vooral Vlaanderen – té verhard is.

Patrick Willems: Door het feit dat we veel verharding hebben gaat een heel deel van het regenwater heel snel weglopen. Water wordt massaal en direct afgevoerd naar rioleringen en naar rivieren. Dat water loopt naar de zee en spelen we dus kwijt. Bij een goed hedendaags klimaatbeheer komt het er net op aan om water ter plaatse te houden.

BETON: Er is ook nog wel wat onverharde grond beschikbaar

Patrick Willems: Ja, maar vergeet niet dat de landbouw ook heel veel drainage heeft aangelegd in het verleden, om drassige gebieden geschikt te maken voor de landbouw. Die drains zorgen er óók voor dat regenwater snel wegloopt. We hebben dus een groot deel van Vlaanderen drooggelegd. Dan zijn we ook nog eens rivieren gaan rechttrekken. Ook dat zijn snelwegen voor water: ze laten het water zo snel mogelijk naar de zee vloeien. In het verleden hebben we daar weinig van gemerkt. Net door de extra droge zomers zijn we met de kwetsbaarheid van die inrichting geconfronteerd geworden.”

BETON: Hoe kunnen we dit op korte termijn behelpen?

Patrick Willems: We kunnen heel wat doen. Op korte termijn moeten we, zeker in natte periodes, water stockeren en ter plaatse houden. Dan is er voldoende water, maar dat laten we nu nog te veel, via de riolering, weglopen naar de zee. Een deel van dat water kunnen we zeker gebruiken voor toepassingen waarvoor we nu nog leidingwater gebruiken. Het regenwater dat we op dat moment niet nodig hebben, moeten we maximaal laten infiltreren in de bodem. Als we het grondwater aanvullen tijdens de natte periodes, zal ook het waterpeil van de rivieren tijdens droge periodes voldoende hoog blijven.

Qua goed waterbeheer zie ik een link met de sector van beton. De nood aan meer regenwaterberging en meer regenwaterinfiltratie is zeker iets waar jullie sector toe kan bijdragen. De betonsector kan er voor zorgen dat de verharding meer doorlatend wordt aangelegd, en dat er voor ondergrondse infiltratiesystemen wordt gekozen. Ook kan je bijvoorbeeld wadi’s aanleggen, waar je regenwater tijdelijk kan stockeren om het daarna geleidelijk te laten insijpelen.”

Een regenwaterput en infiltratievoorziening zijn al verplicht bij nieuwbouw en renovatie. Maar er zijn toch veel mensen die er nog geen hebben. Dus er mogen zeker nog extra stimulansen gecreëerd worden. Je kan de overloop van de regenwaterput in je eigen tuin laten infiltreren. Dat zouden we willen aanmoedigen. Op langere termijn kunnen we naar een systeem gaan waarbij inspanningen van burgers beloond worden via een bonus of korting, bijvoorbeeld via de drinkwaterfactuur. Goed beheer en incentives kunnen ook een onderdeel zijn van een klimaatadaptatieplan.”

BETON: Waar ziet u mogelijkheden op lange termijn?

Patrick Willems:Beleidsmatig zijn we goed op weg met De ‘Blue deal’. Zo kunnen hemelwaterplannen – die vooral wateroverlast voorkomen – en droogteplannen – die het water ter plaatse willen houden – verder evolueren. De uitdaging is om openbare plaatsen volledig klimaatadaptief aan te pakken. We spraken over de regenwaterput bij de burger. Ook dat kunnen we breder zien. In de stad is de aanleg van een regenwaterput niet evident. Daarom denkt men in stedelijke omgevingen beter aan collectieve voorzieningen, waarin je het regenwater van de omliggende verharde zones verzamelt. Van dat gestockeerde regenwater kan dan ook de groendienst gebruik maken om planten te sproeien in droge periodes. Je kan zelfs denken aan een secundair regenwaternetwerk waardoor ook de inwoners gebruik kunnen maken van die regenwatervoorziening. Hoe dit in de realiteit kan worden uitgewerkt, moet nog verder worden bekeken. Als je water en groen gaat integreren in de omgeving en deze plaatsen ook een recreatief karakter geeft, doe je aan hittestressbeheer en geef je aan die ene ruimte verschillende functies die de klimatologische veranderingen aanpakken. Je gaat enerzijds regenwater bufferen om de riolering te ontlasten en dat regenwater laten infiltreren om grondwater aan te vullen. Langs de andere kant ga je aan hittestressbeheer doen: groen en water als afkoeling. En je krijgt er voor de omwonenden aangenamere plekken om te vertoeven.

BETON: Hoe ziet u de toekomst voor plaatsen die wel verhard moeten worden, zoals straten?

Patrick Willems: “We weten allemaal dat straten op een waterrobuuste manier moeten worden aangelegd. Maar zorg daarbij voor extra bergingscapaciteit. Zorg er bijvoorbeeld voor dat je water wel degelijk in de straatkolken terecht komt. Een oplossing kan zijn om de straten hol aan te leggen en die kolken in het midden van de straat te voorzien. Zo kan je dus in de holle vorm van de straat tijdelijk een niet onbelangrijke hoeveelheid regenwater extra stockeren. Zo stroomt het ook minder snel de huizen binnen. Daarnaast zou je aan de zijkanten van de straat borduren kunnen voorzien die extra water opnemen, of zelfs een groenstrook met struikjes, zodat je daar ook weer afkoelingseffecten kan bekomen. Bij de aanleg van die infiltratievoorzieningen kan prefab beton een belangrijke rol spelen. Ook de doorlatende verharding bij aanleg van parkeerplaatsen moet zeker maximaal worden toegepast.

BETON: Zijn deze maatregelen voldoende?

Patrick Willems: “Neen, we zullen alle zeilen moeten bijzetten. Elke klimaatadaptieve aanpassing is welkom. Een aantal noodzakelijke veranderingen kan in de praktijk niet zo snel gaan. We zullen bijvoorbeeld de drainage in landelijk gebied moeten afbouwen. Maar dat betekent dat je aan de percelen andere functies moet gaan geven en dus eventueel eigendommen moet gaan ruilen. Dan spreek je over een termijn van enkele decennia. Ook de bouwshift is een goede insteek, maar die is pas haalbaar mits een goede implementatiestrategie. Drinkwaterbedrijven zullen bijkomende en alternatieve ruwwaterbronnen moeten zoeken, door meer rivierwater en regenwater tijdens natte periodes te stockeren, kunstmatig het grondwater aan te vullen, door meer grijswater te gaan hergebruiken, en waar nodig zout en brak water te gaan ontzilten om aan voldoende water te komen. We gaan ons waterbeheerssysteem slimmer moeten gaan aansturen, door bijvoorbeeld stuwtjes te bouwen die het water in natte periodes ophoudt in beekjes. De ‘Blue deal’ gaat net over deze hele reeks van stapsgewijze oplossingen. Dat zijn zaken voor de lange termijn, die bij iedereen om een grote mindshift vragen. Laten we vandaag beginnen met de haalbare aanpassingen.”(KD, RP)

You may also like...