Sector met talent Deel 9 – Johnny Zchau – Roosens Bétons

Met 61 jaar op de teller, waarvan 31 jaar bij het familiebedrijf Roosens Bétons sa (gevestigd in Familleureux, vlak bij La Louvière), is Johnny Zschau een begrip in de sector. Met een bescheiden pragmatisme vertelde hij ons niet alleen over het indrukwekkende parcours dat hij tot nog toe heeft afgelegd, maar vooral ook over de toekomst, met name door enkele van de projecten te noemen waarbij het bedrijf momenteel betrokken is, met als doel een CO2-neutrale ruwbouw te realiseren. Een toekomstperspectief dat dichterbij is dan je zou denken …

▶ Hoe bent u destijds bij Roosens Bétons beland?

“Ik werkte als IT-consultant voor een Duitse multinational die ERP-oplossingen aanbood voor de hout- en bouwmaterialensector en Roosens Bétons was een van mijn klanten. Op een dag vroeg Michel Roosens me of ik bij hem wilde komen werken als commercieel directeur. Ik accepteerde, met het idee om er vijf jaar te blijven en te stoppen als de samenwerking niet meer motiverend was. 31 jaar later ben ik er nog steeds. Er zijn veel uitdagingen geweest (Johnny Zschau heeft vijftien jaar lang een fabriek in Polen geleid, red.) en ik heb een goede band met huidig CEO Danny Roosens, ook al is hij een erg veeleisende baas.”

▶ Welke veranderingen heeft u de afgelopen drie decennia geconstateerd?

“We zijn altijd gespecialiseerd geweest in de productie van betonnen bouwmaterialen: voornamelijk straatstenen, blokken en platen. De betonnen bouwelementen van tegenwoordig zijn kleiner en lichter dan vroeger. Toen waren ze te groot. We keken niet naar de hoeveelheid materiaal, we zaten nog in de logica van de jaren 60, toen alles gratis of bijna gratis was. Intussen zijn onze producten gerationaliseerd, genormeerd en onderworpen aan strikte controles. Allemaal ten gunste van het milieu en de ruggen van de metselaars. Bij Roosens zijn we al sinds 2014 gecertificeerd CO2-neutraal. Sindsdien zijn we de uitdaging aangegaan om circulair regeneratief te bouwen, in samenwerking met de wetenschap, via onderzoekscentra (Multitel, Centre Terre et Pierre) en universiteiten (KU Leuven en de Universiteit Luik). Angélique Léonard, professor aan het departement Chemical Engineering van Universiteit Luik en gespecialiseerd in de droogmechanismen van vervormbare materialen en de milieu-impact van processen met behulp van levenscyclusanalyse, is verantwoordelijk voor de berekening van onze ecologische voetafdruk.”

▶ Jullie streven naar volledig CO2-neutraal metselwerk, en snel. Is dat realistisch?

“We zijn voortdurend bezig met het reduceren van onze CO2-footprint. We zitten nu op 92 kilo CO2 per ton, ruim onder de 300 of 400 kilo per ton van weleer. We streven nu naar absolute CO2-neutraliteit in 2025. Op basis van bouwafval willen we een blok produceren dat op dezelfde manier kan worden toegepast als tweehonderd jaar geleden. Lees: zo duurzaam dat het in verschillende constructies kan worden (her)gebruikt, dankzij een nieuw type mortel. Dit betekent dat de blokken aan het einde van de levenscyclus volledig kunnen worden teruggewonnen en dat de klant zijn investering terugverdient. Ja, we kopen de blokken terug! We moeten er ook voor zorgen dat we zelfvoorzienend zijn op het gebied van water, groene stroom en zachte mobiliteit. Als we de volledige koolstofvrije status niet bereiken, zullen we de koper direct financieel compenseren.”

▶ Dit is duidelijk een circulaire economie, maar hoe is het regeneratief?

“We willen op lokaal en sociaal niveau ingrijpen, bijvoorbeeld door 50 % van de kosten van de ruwbouw voor onze rekening te nemen, de huisvesting van de metselaars die voor ons zullen werken, om te bouwen en af te breken; door deze voorwaarden uit te breiden naar de bewoners van de eenheid, naar de crèches, naar de scholen. Dit alles draagt bij aan het herstel van het gemeenschapsleven, het creëren van banden, betekenis en veerkracht.”

 ▶ Welke invloed heeft dit op jullie bedrijf?

“Met dit nieuwe bedrijfsmodel leggen we de hele waardeketen vast door de productie uit te breiden naar installatie, onderhoud, deconstructie en hergebruik van metselwerk. Deze transformatie zit al 2 jaar in de pijplijn en krijgt nu een concretere dimensie met het CIBER-project in het kader van het REMIND WALLONIA-programma. Over tweeënhalf jaar zouden we een fabriek moeten oprichten in samenwerking met Wanty en Dufour, een synergie die ons een bevoorrechte toegang zal geven tot de hele sector van de afbraakmaterialen. Door hun materiaalstromen over te nemen en er herbruikbare blokken van te maken, zullen ze geleidelijk aan veranderen van slopers in deconstructeurs. Als fabrikant worden we een hoogtechnologische, CO2-neutrale, snelle, betrouwbare en rendabele onderaannemer voor aannemers, met een Wall as a Service®-oplossing. (PS)