Ingenieuze prefab gebouwschil siert energiepositieve woontoren

Het groen maakt integraal deel uit van het ontwerp. De toren is omgeven door een cascade van ‘brinken’, die fungeren als gemeenschappelijke buurttuinen.
Met de 90 meter hoge BrinkToren is de skyline van Amsterdam eens te meer een bijzondere blikvanger rijker. Dankzij zijn rijzige gestalte, unieke architecturale signatuur en energiepositieve karakter is hij zonder meer het pièce de résistance van de Overhoekswijk ten noorden van het historisch centrum. Bovendien is het imposante hoogbouwvolume integraal uitgerust met een gevel in kant-en-klare prefab betonnen modules, die vooraf reeds volledig werden afgewerkt in het atelier – van naadloos geïntegreerd buitenschrijnwerk over ingestorte baksteenstrips tot plug-and-play PV-panelen. Een grensverleggende bouwmethode die de alom bekende voordelen van prefab combineert met een uniek staaltje ambachtelijk maatwerk.
“De BrinkToren is buurtontwikkeling op z’n best”, klinkt het bij ontwikkelaar DubbeLL. Oordeel vooral zelf, maar feit is dat het gebouw allerminst op een spreekwoordelijk eiland staat, laat staan louter op zichzelf gericht is. Met zijn grote diversiteit aan betaalbare woonunits voor een gevarieerde groep mensen en gezinnen – circa 600 bewoners in totaal – is het een nieuw ankerpunt in een buurt die de laatste jaren sterk in opmars is. Verspreid over 28 verdiepingen herbergt de BrinkToren 112 sociale huurwoningen van wooncorporatie Ymere, 23 zorgwoningen van HVO-Q en 266 middeldure huurwoningen van Xior. Door bewust niet te kiezen voor koopwoningen of vrijemarkthuur speelt dit project in op het nijpende tekort aan kwalitatieve huisvesting voor onder meer young professionals, jonge koppels en gezinnen, studenten en onderzoekers in Amsterdam. Ze beschikken er ook over verschillende gemeenschappelijke ruimtes, zoals een ‘buurtkamer’ die zich leent tot de organisatie van onder meer workshops en feestjes. De commerciële plint biedt dan weer plaats aan horecafaciliteiten, flexwerkplekken en zelfs een bowling.
Bovendien is de BrinkToren niet enkel ontworpen om zo veel mogelijk interactie te laten ontstaan tussen zijn eigen bewoners en gebruikers, maar ook met buren en ondernemers uit de nabije omgeving. Als symbool van sociale verbinding slaat hij expliciet de brug met de karakteristieke Van der Pekbuurt, een voormalige arbeiderswijk aan de andere kant van het Buiksloterkanaal. “Dit komt zowel in de architectuur als de volumetrie en de materiaalkeuze tot uiting”, vertelt Arne Lijbers, architect-partner bij Mecanoo. “Waar de sculpturale BrinkToren aan de ene zijde breder is om visueel aan te sluiten bij de robuuste aanpalende torens in Overhoeks, heeft de kant die uitkijkt op de Van der Pekbuurt een slankere, getrapte vormgeving. Door geleidelijk af te bouwen creëert hij een organische overgang, inclusief ambachtelijke materialen en architectuur die naadloos aansluiten bij de kleinschaligheid en romantiek van de Van der Pekbuurt. Vandaar ook de keuze voor gevels in een warme terracottakleur – een knipoog naar de Amsterdamse Schoolarchitectuur uit de jaren twintig – en elegante, afgeronde hoeken.”

In de gevelmodules in het bovenste gedeelte van de toren is extra textuur gecreëerd in het prefab beton, in combinatie met glad gezuurde horizontale banden en verticale penanten.

Als symbool van sociale verbinding slaat de BrinkToren de brug met de karakteristieke Van der Pekbuurt, een voormalige arbeiderswijk aan de andere kant van het Buiksloterkanaal.
Naast de sociale en architecturale kwaliteit verdient ook het uiterst duurzame karakter van de BrinkToren een extra woordje uitleg. Met een negatieve EPC-score is hij immers meer dan energieneutraal en staat hij te boek als de eerste energiepositieve woontoren van Nederland. Dit is te danken aan een optimale oriëntatie, een uitmuntend isolatiepeil, uiterst efficiënte geothermische verwarming en koeling, een ‘zonnegevel’ met 750 PV-panelen en een ‘powernest’ voor de opwekking van wind- en zonne-energie in de kroon van het gebouw. Daarnaast is het niet enkel figuurlijk, maar ook letterlijk een groene toren. Enerzijds is hij omgeven door een cascade van ‘brinken’, die fungeren als gemeenschappelijke buurttuinen en – als oud Nederlands woord voor groene open ruimte waar mensen elkaar ontmoeten – de inspiratie leverden voor de naam van het gebouw. Anderzijds zijn ook de collectieve binnen- en daktuinen volledig verweven in het ontwerp en vormen ze als ‘polderdaken’ cruciale schakels in het waterbeheer. Tot slot is de ondergrondse parkeergarage enkel bestemd voor elektrische deelauto’s en -fietsen.
Geprefabriceerd ambachtelijk maatwerk

De fragiele gevelmodules werden met behulp van zware kranen naar boven gehesen en via touwen op hun plaats getrokken.
Al vroeg in het proces kwamen de architecten uit bij prefab beton voor de realisatie van de gevel. “Deels vanuit de ervaring die we in het verleden vergaarden in het kader van andere hoogbouwprojecten, maar ook het beoogde gebruik speelde zeker een rol”, legt Arne Lijbers uit. “Woningbouw vraagt uiteraard om een bepaalde flexibiliteit, maar anderzijds zal het gebouw allicht niet al te snel naar een totaal andere functie evolueren, zeker niet op deze locatie. Bovendien wilden we graag een nieuw ‘monument’ creëren en veel ambacht in de gevel stoppen. In eerste instantie door gebruik te maken van baksteen, in overeenstemming met de bebouwing in de Van der Pekbuurt, maar daarnaast zagen we ook veel potentieel in het gebruik van prefab architectonisch beton, met name om dat ambacht van weleer te benaderen met nieuwe bouwtechnieken en het gebouw snel en efficiënt te kunnen realiseren.”
Nog voor er contact was met de hoofdaannemer ging Mecanoo aankloppen bij Loveld. “We waren gecharmeerd door hun ambachtelijke werkwijze, die zich perfect leent tot uniek maatwerk”, aldus Lijbers. “Samen bekeken hoe we onze ideeën voor de BrinkToren in de praktijk konden brengen. Veel mensen denken dat prefab louter draait om automatisatie en industrialisatie, maar in de fabriek van Loveld gebeurt best nog veel met de hand. We vonden het een erg interessante oefening om alle technische en functionele eisen die op de gevelelementen van toepassing waren – met verschillende uitgangspunten naargelang de oriëntatie (onder meer qua geluidsbelasting, energieproductie via verticale PV-panelen enzovoort) – te verzoenen met die specifieke ambachtelijke toepassing van prefab beton en de bijbehorende voordelen op het vlak van kwaliteitsbewaking. In onze ogen was dit alleszins de enige manier om een hoogwaardige gevel met de juiste diepte, texturen en materialisatie te realiseren.”
Allereerst werkten Mecanoo en Loveld samen een basismodule uit, die zich leende tot flexibele invullingen en in functie van de driehoekige plot van het gebouw uitmondde in een uitgekiende compositie van meer dan dertig verschillende typologieën. “In totaal telt de toren 837 gevelmodules, die zijn opgevat als prefab sandwichelementen. Ze bestaan uit een buitenschil in rood architectonisch beton met een gezuurde afwerking en baksteen, in combinatie met hoogwaardige isolatie en een binnenschil in dragend grijs beton. Met hun horizontale banden en verticale penanten creëren ze samen een organisch gevelbeeld met de nodige ritmiek”, vertelt Vincent Termote, Project Sales & Development Manager bij Loveld.
Aan de productie van de gevelmodules ging enorm veel voorbereidingswerk vooraf. Een belangrijk aandachtspunt was het gewicht, geeft Arne Lijbers aan. “Uiteraard wilden we zoveel mogelijk diepte in de gevel, maar we wisten ook dat elke kilogram extra tot bijkomende kosten en praktische beslommeringen zou leiden. Dat hebben we opgelost door verjongingen te tekenen in de gevelbanden en -penanten. Een win-winsituatie: enerzijds konden we op die manier zowel het gewicht als de milieu-impact reduceren, anderzijds konden we extra detaillering toevoegen. Ook de grootte van de modules hebben we in nauw overleg met Loveld, de aannemer en DubbeLL geoptimaliseerd, met name in functie van het vervoer en de kraanbewegingen. Hetzelfde geldt voor het pigment dat in het beton zit, dat qua kleurstelling goed moest matchen met de baksteen.”

De BrinkToren heeft een brede basis die steeds smaller wordt en heel wat gebogen gevelvlakken
met verschillende stralen.

Waar de sculpturale BrinkToren aan de ene zijde breder is om visueel aan te sluiten bij de robuuste aanpalende torens in Overhoeks, heeft de kant die uitkijkt op de Van der Pekbuurt een slankere, getrapte vormgeving.

De keuze voor gevels in een warme terracottakleur is een knipoog naar de Amsterdamse Schoolarchitectuur uit de jaren twintig van vorige eeuw.
Kant-en-klare gevelelementen
Wat de buitenschil van de BrinkToren uniek maakt in zijn soort, is dat alle aanvullende bouwmaterialen, het buitenschrijnwerk en de technieken voorgemonteerd of zelfs naadloos geïntegreerd werden in de prefab betonnen sandwichelementen, onder de best mogelijke klimaat- en arbeidsomstandigheden. “Verdiepingshoge raamkozijnen, beglazing, balustrades, elektrotechnieken, PV-panelen, water- en winddichting … : ze werden er allemaal al in verwerkt in ons atelier door de leveranciers in kwestie, onder de auspiciën van de hoofdaannemer. Op de baksteengevels van het gelijkvloers na, die met de hand gemetseld zijn omdat ze doorlopen in de binnenstraat onder het gebouw, is zelfs ook al het gevelmetselwerk mee ingestort, in de vorm van rode baksteenstrips. De gevelmodules zijn vervolgens kant-en-klaar en just in time naar de werf vervoerd, waar ze enkel nog als legoblokken op elkaar moesten worden gestapeld”, geeft Vincent Termote aan.
In realiteit was dit laatste uiteraard complexer dan het in theorie lijkt. De fragiele gevelmodules, die soms tot bijna 10 meter breed, meer dan 4 meter hoog en 11 ton zwaar waren, werden met behulp van zware kranen naar boven gehesen, via touwen op hun plaats getrokken en aan elkaar gekoppeld met kierdichtingen. “Door de nodige overlap te voorzien, konden we de onvermijdelijke naden piekfijn uitlijnen. Aangezien deze ook een ritmisch onderdeel van het ontwerp vormen – als een soort raamwerk in de gevel – hebben we daar vooraf veel tijd en energie aan gespendeerd, zodat we alles op punt konden stellen. Het was erg spannend om te zien of dit in de praktijk ook effectief zo zou uitpakken, temeer omdat je met prefab elementen weinig marge hebt om indien nodig nog iets recht te trekken. Gelukkig is dat wel degelijk het geval, we zijn erg blij met hoe het er voorlopig uitziet. De sculpturale uitstraling die we voor ogen hadden komt perfect tot uiting via de gelaagdheid van de gevelmodules”, zegt Arne Lijbers.
Naarmate de hoogte toeneemt, krijgt de gevel van de BrinkToren een ander karakter. “Op de onderste bouwlagen sluit de toren met zijn horizontale geleding en metselwerkgevels aan bij de menselijke schaal, terwijl hij naar boven toe een verticale geleding krijgt en alsmaar zakelijker en abstracter wordt. Daar hebben we meer gewerkt met geprofileerde structuurmatten in de bekisting om extra textuur te verkrijgen, in combinatie met de glad gezuurde horizontale banden en verticale penanten. Het ziet er misschien complex uit, maar wees gerust: er zit voldoende repetitie en rationaliteit in om de meerwaarde van prefab te laten renderen”, benadrukt Lijbers.
Toch was de productie van de prefab gevelmodules allerminst kinderspel, onderstreept Vincent Termote. “Net als de Burj Khalifa in Dubai heeft de BrinkToren een brede basis die steeds smaller wordt en heel wat gebogen gevelvlakken met verschillende stralen, waar we onze bekistingen telkens specifiek op moesten afstemmen. Bovendien zijn er op diverse plekken vleermuiskasten en vogelhuisjes geïntegreerd in de isolatiekern tussen het buiten- en binnenblad, inclusief de nodige uitsparingen. Ook de voorgemonteerde PV-panelen waren een unicum. In bepaalde gevelmodules zijn tot wel veertig (!) elektroleidingen ingestort om ze ter plaatse plug-and-play te kunnen aansluiten.”
Niets dan voordelen
De keuze om de buitenschil van de BrinkToren maximaal te prefabriceren wierp meer dan zijn vruchten af. “De leveranciers waren niet afhankelijk van het weer en hoefden geen rekening te houden met de gevaren en risico’s die werken op hoogte met zich meebrengen. En door alles voor te monteren in onze hal kon de toren veel sneller gebouwd worden. In vergelijking met een gelijkaardige opbouw in ter plaatse gestort beton hadden we voor de productie van de prefabelementen, de bouw van de toren én de totale binnenafwerking slechts 40% van de tijd nodig. De overige 60% ging naar de engineering, vermits er in het voorbereidingsproces heel veel parameters samenkwamen: thermische en akoestische isolatie, water- en winddichting, brandveiligheid … Dit reduceerde tevens de druk op de buurt, wat gezien de drukke binnenstedelijke ligging en de krappe werflocatie zeker ook een belangrijk voordeel was”, legt Vincent Termote uit.
Hoewel de finale oplevering van de BrinkToren pas voorzien is voor deze zomer, mag het duidelijk zijn: dit is een uniek project dat zowel vooraf in het prefab atelier als ter plaatse op de werf vakwerk van het allerhoogste niveau vereist. National Geographic wijdde er zelfs een reportage aan in het programma Engineering Europe. Terecht, want met zijn perfect uitgebalanceerde mix van architectuur, engineering en duurzaamheid zet dit kersverse paradepaardje van Amsterdam-Noord een nieuwe standaard voor ambitieuze, toekomstgerichte stadsvernieuwing. (TJ)
BrinkToren
Amsterdam (NL), 2026
Bouwheer: Xior Brinktoren nv
Projectontwikkelaar: DubbeLL Buurtontwikkelaars bv
Architect: Mecanoo Architecten bv
Aannemer: Cordeel Amsterdam VOF
Studiebureau: Van Rossum Raadgevende Ingenieurs bv
en Nelissen Ingenieursbureau bv
Prefab beton: Loveld nv
Kerncijfers:
837 prefab betonnen gevelmodules, waarvan 472 verschillende ‘merken’
Breedste prefab betonnen gevelmodule: 9.845 mm
Hoogste prefab betonnen gevelmodule: 4.374 mm
Zwaarste prefab betonnen gevelmodule: 11 ton
750 geïntegreerde PV-panelen

