Interview met Niklaas Deboutte (META) – “Repetitief ontwerpen is financieel interessant en prefab beton past perfect in dat plaatje”

Neo-brutalisten. Volgens Niklaas Deboutte, oprichter en bestuurder van META, wordt die geuzennaam hem en zijn collega’s vaak toegedicht. Daar heeft hij geen probleem mee: zijn ontwerpbureau werkt inderdaad regelmatig en graag met beton. Vaak in zijn geprefabriceerde vorm. “Economisch denken is de laatste jaren veel belangrijker geworden voor ontwerpbureaus. Repetitie in ontwerpen, wat schaalvoordelen kan opleveren, is in dat opzicht interessant. En spreek je over repetitie, dan spreek je over prefab”, vertelt hij. “Als je een bekisting kunt hergebruiken, dan levert dat financieel voordeel op. Dat nemen wij graag mee in onze ontwerpen.”
BETON: Kan u META kort even voorstellen? Wat voor soort projecten ontwerpen jullie?
Niklaas Deboutte: “META werd opgericht in 1991 en wordt geleid door Eric Soors en mezelf. Wij zijn wat men noemt een middelgroot bureau – er werken vijftien mensen. Wij zijn actief op verschillende domeinen, groot en klein en heel divers in programma. Wij hebben geen specialisaties, wat nadelen, maar zeker ook voordelen heeft. Wij werken zowel voor private – meestal projectontwikkelaars – als publieke opdrachtgevers en doen dan ook vaak mee aan ontwerpwedstrijden.”
BETON: Wat zou u omschrijven als uw sterktes?
Niklaas Deboutte: “Onze pragmatische aanpak. Een van onze eerste projecten, een vrijstaande eengezinswoning in Zoersel, is daar illustratief voor. Met een bouwbudget van 75.000 euro, ook voor die tijd bijzonder weinig, hebben we die woning toch kunnen realiseren, door ze compact te ontwerpen, gebruik te maken van veel repetitieve elementen en het principe ‘ruwbouw is afbouw’ toe te passen in het ontwerp. Die ingrediënten komen terug in al onze projecten.”
BETON: Wanneer is een project voor jullie geslaagd?
Niklaas Deboutte: “Wanneer we en cours de route niet te veel compromissen hebben moeten sluiten. Dat betekent dat je als architect een beetje koppig moet zijn. Veel bouwheren horen dat niet graag – een architect met visie is voor hen vaak een vervelende architect, maar wanneer je te veel water bij de wijn doet als ontwerper, dan eindig je met wat ik graag frankensteinarchitectuur noem, architectuur die dan misschien wel voldoet aan alle geldende normen en wetten, maar onsamenhangend en betekenisloos is.”

In het project Kaai 37, een nieuwbouw met 75 appartementen in de Cadixwijk in Antwerpen die in 2017 opgeleverd werd, ging META grensverleggend te werk met prefab beton.
BETON: Wat ziet u vandaag en in de toekomst als de grootste uitdagingen in de sector?
Niklaas Deboutte: “Dit antwoord sluit wat mij betreft aan bij het vorige. De overvloed aan wetten en normen dwingen ons architecten vandaag in een keurslijf. We zijn ‘afvinkers’ geworden. Dat levert zeer gelijkaardige architectuur op in het straatbeeld. Ik vind het persoonlijk heel moeilijk om binnen dat kader nog de ruimte te vinden om het gezonde boerenverstand te gebruiken – een of andere norm of wet schrijft dogmatisch wel iets anders voor.”
“De tweede uitdaging hangt daar nauw mee samen: al die regelgeving bezorgt ons architecten ook veel meer werk, maar de erelonen zijn doorheen de jaren niet gevolgd. Architectenbureaus hebben het daardoor vandaag veel moeilijker om het hoofd boven water te houden.”
BETON: Hoe past prefab beton in jullie bezigheden?
Niklaas Deboutte: “Dit antwoord sluit opnieuw een beetje aan bij het vorige. Economisch denken is de laatste jaren veel belangrijker geworden voor ontwerpbureaus. Repetitie in ontwerpen, wat schaalvoordelen kan opleveren, is in dat opzicht interessant. En spreek je over repetitie, dan spreek je over prefab. Met prefab beton kan je dus een hoge mate van herhaling in je ontwerpen integreren. Het duurste aan prefab beton is niet de wapening en al zeker niet het beton zelf, maar wel de bekisting. Als je een bekisting dus kunt hergebruiken, dan levert dat financieel voordeel op. Dat idee nemen wij graag mee in onze ontwerpen.”
BETON: Dat betekent dus dat in veel van jullie projecten prefab betonelementen terugkomen met dezelfde afmetingen?
Niklaas Deboutte: “Vaak. Wij hebben al heel wat gebouwen met een exoskelet ontworpen, met de dragende structuur aan de buitenkant van het gebouw dus. Vooral daarvoor worden vaak elementen uit prefab beton in hetzelfde formaat gebruikt. Overigens betekent die standaardisatie ook vlotter en efficiënter bouwen, omdat telkens dezelfde handeling kan worden herhaald. Repetitief werken met prefab beton is dus zowel financieel interessant wat de productie van de elementen betreft als op het vlak van hun verwerking.”

META ontwierp het nieuwbouwproject op de hoek van de Antwerpse Montignystraat en Cuylitstraat met een exoskelet van prefab beton.
BETON: Komt prefab beton terug in ál jullie projecten?
Niklaas Deboutte: “Neen. Wij van META worden soms wel eens de neo-brutalisten genoemd omdat we graag met beton werken, maar wij hebben ook al met andere materialen gebouwen ontworpen. Er bestaan voor ons geen slechte constructiematerialen, wel verkeerde toepassingen. Een tuinhuis moet je bijvoorbeeld niet noodzakelijk in beton maken. En een kelder of bunker zou ik niet in houtskelet bouwen (lacht). Elke toepassing van een constructiemateriaal is zinvol op het ene en idioot op het andere moment.”
BETON: Heeft prefab beton nog troeven, naast het feit dat het hand in hand gaat met repetitief ontwerpen en het gebruik ervan de bouwsnelheid verhoogt?
Niklaas Deboutte: “Beton is een materiaal met massa en daardoor met een hoge zogeheten inertie; het kan goed warmte of koelte opslaan. Die massa zorgt er ook voor dat het een materiaal is met een lange levensduur, vergelijkbaar met die van natuursteen. Als men de piramides in Egypte destijds had gebouwd met metal studs en gipskartonplaten in plaats van met steen, we hadden er vandaag niet meer over gesproken (lacht).”
“Prefabriceren staat ook gelijk met een hogere kwaliteit, omdat je in gecontroleerde omstandigheden werkt. En wanneer ter plaatse gestort beton gehavend uit de bekisting komt, ben je verder van huis dan wanneer beton in het atelier ondermaats uit de bekisting komt. Daar maak je immers gewoon een nieuw element.”
BETON: Hoe scoort prefab beton op het vlak van duurzaamheid in ecologische zin?
Niklaas Deboutte: “Het gebruik van beton speelt voor veel mensen een rol in de milieu-impact die de bouwsector heeft, met name door de CO2-uitstoot die gepaard gaat met de productie van cement. Ook door het woord betonstop heeft beton voor veel mensen een negatieve connotatie, terwijl dat woord eigenlijk niet zozeer doelt op het materiaal beton, maar op het reduceren van verharding en het realiseren van nieuwe gebouwen, in welk materiaal dan ook.”
“Er worden vandaag verschillende initiatieven genomen om beton groener te maken, maar ik kan eigenlijk niet zeggen dat het prefab beton waar wij vandaag mee werken op de een of andere manier milieuvriendelijker is dan het prefab beton waar we tien jaar geleden mee werkten. We hebben wel een aantal keer geprobeerd te werken met prefab beton zonder wapeningsstaal, maar dan moet je de betonelementen concipiëren als een boog zodat ze puur op druk werken en dat bleek in de praktijk maar moeilijk haalbaar, technisch maar ook financieel. Ik hoor veel intenties om beton groener te maken, maar heb daar nog maar weinig concrete – om het met een toepasselijk woord te zeggen (lacht) – resultaten van gezien.”
BETON: Heeft het ook bepaalde verbeterpunten/hoe ziet u prefab beton veranderen in de toekomst?
Niklaas Deboutte: “Beton is wispelturig en eigenzinnig. Soms valt het lichter uit van kleur dan gewenst, soms donkerder, soms zitten er schakeringen in. Daar kan je maar moeilijk controle over krijgen. Maar dat volatiele is net de identiteit van beton.”
BETON: Tot slot, wat zijn voor META enkele referentieprojecten op het vlak van prefab beton?
Niklaas Deboutte: “Het project Kaai 37 voor PROJECT2, een nieuwbouw met 75 appartementen in de Cadixwijk op ’t Eilandje in Antwerpen die in 2017 opgeleverd werd, was toch wel grensverleggend op het vlak van prefab beton. Daarvoor werkten we samen met drie andere architectenbureaus, noAarchitecten, OFFICE Kersten Geers David Van Severen en architecten de vylder vinck taillieu en de ingenieursbureaus Ney & Partners en Boydens Engineering, part of Sweco. Dat gebouw moest voldoen aan de Passiefhuisstandaard en we ontwierpen het met een exoskelet van groengrijs prefab beton. Het was op dat moment de eerste keer dat een betonnen exoskelet in een passiefbouw werd toegepast. De prefab betonelementen hadden dan ook bijzondere details teneinde aan de Passiefhuisstandaard te kunnen voldoen.”
“Ook het nieuwbouwproject met vier woon- en werkunits en zo’n 150 m² handelsruimte op de hoek van de Montignystraat en Cuylitstraat in Antwerpen, opgeleverd in 2013, beschouw ik als een referentieproject voor de toepassing van prefab beton. Ook dat gebouw heeft een exoskelet van prefab beton.”
“Een laatste ontwerp waarin prefab beton een belangrijke rol speelde, is Oosterlynck in Wetteren, nu zo’n veertien jaar oud. De gevel van dat appartementsgebouw is opgebouwd uit een reeks van identieke, geprefabriceerde, trapeziumvormige betonnen elementen die op verschillende manieren in het gevelvlak werden geplaatst.” (WP)

